’Bologna moet geen bureaucratisch proces worden’
- 21-05-2008
- geef reactie
Acht jaar geleden werd in Bologna het initiatief genomen om het hoger onderwijs in Europa te harmoniseren. In mei komen de onderwijsministers van 46 landen in Londen bij elkaar om de balans op te maken. Hoe ver is het proces gevorderd om in 2010 een Europese Hoger Onderwijs Ruimte te creëren? Vijf vragen aan Bill Rammell, de Britse staatssecretaris van hoger onderwijs, die verslag uitbrengt op de conferentie in Londen.
Hoeveel voortgang is er geboekt sinds de laatste conferentie in Bergen in 2005?
“We hebben toen afgesproken dat de periode tussen Bergen en Londen gebruikt zou worden voor de implementatie en het consolideren van de bestaande afspraken. Er zouden geen nieuwe lijnen worden uitgezet. Een aantal prioriteiten is toen vastgesteld. De Bologna Follow Up Group is op basis daarvan aan de slag gegaan met bijvoorbeeld kwaliteitsbewaking zoals de invoering van een European Standard and Guidelines for Quality Assurance en het ontwikkelen van voorstellen voor een European Register of Quality Assurance Agencies.
We werken nog aan de rapportage waarin de voortgang van de Bologna-hervormingen in de afgelopen twee jaar gemeten wordt. De verwachting is dat de meeste vooruitgang is geboekt op het terrein van de participatie van studenten in kwaliteitszorgsystemen. Het was een van de zwakste onderdelen, nu is het een sterk punt.
Verder rapporteert meer dan 75 procent van de landen dat studenten soepel kunnen doorstromen van bachelor naar master. Alle landen werken aan het ontwikkelen van een nationaal kwaliteitszorgsysteem. En een meerderheid van de landen heeft stappen ondernomen om joint degrees toe te staan en te erkennen.”
Wat zijn de belangrijkste obstakels in het Bolognaproces?
Bologna moet geen bureaucratisch, strak geleid, rigide proces worden. Het moet juist dynamisch blijven, met erkenning van de diversiteit van de verschillende hoger onderwijssystemen in Europa. Een set van statische regels zou een verdere hervorming en vernieuwing van het hoger onderwijs in de weg staan.
Het is heel belangrijk dat Bologna niet gezien wordt als een geïsoleerd, op zichzelf staand proces, maar dat het deel uitmaakt van de algehele modernisering en internationalisering van het hoger onderwijs. Bologna kan eraan bijdragen dat afgestudeerden goed inzetbaar en toegerust zijn voor de moderne arbeidsmarkt. Maar dat is niet genoeg. Er moet meer aandacht komen voor samenwerking met het bedrijfsleven, diversiteit binnen het hoger onderwijs en autonomie voor de instellingen.
Wat zijn de belangrijkste thema’s op de conferentie in Londen?
Het is goed om stil te staan bij de behaalde resultaten sinds Bergen, maar we moeten ook de vaart in het proces zien te houden. We moeten kijken wat er nog moet gebeuren om in 2010 tot een European Higher Education Area (EHEA) te komen. Op basis van die inventarisatie moeten we de prioriteiten voor de komende twee jaar vaststellen. Het Verenigd Koninkrijk wil de conferentie ook gebruiken om een brede discussie op gang te brengen hoe de EHEA er na 2010 uit moet gaan zien in relatie tot de hervorming van het hoger onderwijs. Die modernisering is nodig om de concurrentie van de hoger onderwijssystemen van de individuele landen veilig te stellen in een globaliserende wereld.
Heeft de ontwikkeling van een European Qualification Framework (EQF) dat door de Europese Commissie wordt ontwikkeld, een vertragend of juist een katalyserend effect op het Bolognaproces?
“De Britse regering staat achter het voorstel voor een European Qualification Framework. (Het EQF deelt het onderwijs, van primair tot wetenschappelijk onderwijs, in acht niveaus in en omschrijft de beoogde kwaliteit per niveau, red.) De plannen voor een EQF, dat overigens nog niet geformaliseerd is, behelzen een overkoepelend kader dat ruimte biedt aan kwaliteitskaders in verschillende landen, inclusief het Bologna Framework. Het accent moet liggen op de afstemming van deze nationale kwaliteitskaders zodat het niveau van de verschillende onderwijssystemen beter te vergelijken is. Het is een praktische manier voor de Europese Unie om de mobiliteit van studenten en werknemers tussen de staten te faciliteren.”
Wat voor agenda moet Nederland, dat in 2009 secretaris is van het Bolognaproces, opstellen voor na 2010?
“Het Verenigd Koninkrijk wil de komende conferentie ook gebruiken voor een eerste discussie over wat er moet gebeuren na 2010. Maar het belangrijkste is nu dat de doelen die we ons in 1999 hebben gesteld, bereikt worden. Daar moet de meeste aandacht naar uitgaan. De deelnemende landen moeten goed nadenken hoe zij de gemaakte afspraken consequent kunnen invoeren in hun onderwijssysteem.
We moeten nu geen besluiten nemen over de volgende fase, dat moet op de conferentie in Leuven in 2009 gebeuren.
Ik denk dat de flexibele en informele opzet van het proces bijgedragen hebben aan de bereikte resultaten tot nu toe. Die benadering moeten we niet loslaten.”
|
Meer mobiliteit van studenten en wetenschappers |
|---|
|
Het Bolognaproces is een Europees initiatief om in 2010 een Europese Hoger Onderwijs Ruimte te creëren die tot grotere vergelijkbaarheid en verbinding van nationale onderwijssystemen moet leiden. Het doel van Bologna is meer internationale uitwisseling van studenten en wetenschappers binnen Europa en het aantrekkelijker maken van het Europees hoger onderwijs. De 46 landen die zich inmiddels hebben aangesloten bij het Bolognaproces doen op vrijwillige basis mee. |
auteurs: Dorrit van Dalen en Els Heuts
(eerder verschenen in Transfer, mei 2007)
- 21-05-2008
- geef reactie
