harde noten gekraakt in onafhankelijk onderzoek naar Bologna
- 29-03-2010
- geef reactie
De Europese onderwijsministers kwamen half maart in Wenen en Boedapest bijeen om een decennium ‘Bologna’ te gedenken. De aanwezigen benadrukten dat 'de doelen van Bologna grotendeels zijn behaald'. Maar van een echte Europese hogeronderwijsruimte kan nog lang niet worden gesproken, blijkt uit onafhankelijk onderzoek.
De Europese Commissie is beducht voor de kritiek dat rapporten over Bologna vaak een rooskleurig beeld van de werkelijkheid geven. Dat was misschien wel een van de redenen om anderhalf jaar geleden een onafhankelijk onderzoek uit te besteden. Het Twentse Center for Higher Education Policy Studies (CHEPS) ging samen met een Duits en een Brits onderzoeksteam aan de slag. Ze deden onderzoek naar wat er in tien jaar Bologna nu echt is bereikt.
Wat in rapporten van de Europese Commissie en een aantal Europese belangenorganisaties meestal overheerst, is het idee dat de doelen van Bologna bijna zijn be
reikt omdat veel landen hun wetten en regelingen naar de eisen van Bologna hebben aangepast. Ze hebben de bachelor-master structuur ingevoerd, werken met het ECTS-studiepuntensysteem, proberen leeruitkomsten te formuleren, en werken aan het diplomasupplement.
Maar de realiteit wijst uit dat de beoogde Europese hogeronderwijsruimte nog lang niet gevormd is, blijkt uit het onderzoek. Dat komt deels omdat de 47 Bolognalanden de instrumenten van Bologna in eigen tempo en naar eigen inzicht invoeren. De nieuwkomers in het proces hebben bovendien niet genoeg geld om aan onderwijshervormingen te besteden. Zij zijn vaak geen EU-lidstaat, en hun Bolognakas wordt daardoor minder gespekt door de EU.
De feiten zijn: studenten ondervinden nog altijd problemen met de erkenning van graden in het buitenland. En een opvallende conclusie uit het rapport is dat de mobiliteit binnen Europa nauwelijks blijkt toegenomen. Sinds 1999 is het percentage studenten dat in een ander Europees land een diploma heeft gehaald slechts met 4 procent toegenomen. Terwijl het bevorderen van mobiliteit het belangrijkste doel van Bologna is. Uit het rapport blijkt wel dat er binnen Europa een verschuiving is van studiepuntmobiliteit naar diplomamobiliteit, en dat er steeds meer studenten uit de rest van de wereld naar Europa komen.
In het onderzoek worden twee prioriteiten benoemd die cruciaal zijn voor de toekomst van Bologna. Een daarvan is het kwalificatieraamwerk, waarin in leeruitkomsten wordt aangegeven over welke kennis, inzichten en vaardigheden een afgestudeerde moet beschikken. Door de invoering van die raamwerken worden curricula in Europese landen beter vergelijkbaar en transparanter, wat erkenning van elkaars graden en daardoor mobiliteit moet bevorderen. Maar vooral moeten docenten, onderzoekers, studenten en maatschappelijke organisaties meer bij Bologna betrokken worden.
In Wenen en Boedapest gingen duizenden studenten de straat op om te protesteren tegen Bologna. Dat werd dit jaar in de slotverklaring van de conferentie niet vergeten. De ministers schrijven: “Recente protesten, sommigen daarvan gericht tegen ontwikkelingen en maatregelen die niets met Bologna te maken hebben, hebben ons eraan herinnerd dat enkele hervormingen in het kader van Bologna niet goed geïmplementeerd en uitgelegd zijn. We zullen luisteren naar de kritische stemmen die klinken onder studenten en docenten.”
Het onafhankelijke onderzoek naar Bologna bestaat uit twee delen. In deel een het algemene onderzoek. Deel twee bestaat uit casestudies (met onder meer een casestudy over Nederland) en bijlagen.
- 29-03-2010
- geef reactie
