Info

Kennisbeurzen dwingen instellingen keuzes te maken

— gearchiveerd onder:
Share |

In het studiejaar 2008/2009 valt de bekostiging voor niet-EU-studenten weg en doen de kennisbeurzen hun intrede. Door dit nieuwe systeem, waarbij universiteiten en hogescholen een vrij te besteden budget krijgen, moeten de instellingen voor het eerst een eigen beurzenbeleid opzetten. Dat valt niet mee.

Nog anderhalf jaar, dan stopt de bekostiging die universiteiten en hogescholen krijgen voor onderwijs aan studenten van buiten de Europese Unie. Per 1 oktober 2008 treedt het systeem van kennisbeurzen in werking. Eindelijk, want het woord ‘kennisbeurzen’ zingt al sinds 2004 in het hoger onderwijs rond. Oud-staatssecretaris Mark Rutte kwam er destijds mee op de proppen. Hij wilde met het afschaffen van de bekostiging voorkomen dat instellingen puur om budgettaire redenen buitenlanders naar Nederland halen. Als compensatie bedacht hij de kennisbeurzen (zie kader).

Omdat het budget dat de instellingen hiervoor ontvangen, niet toereikend is om alle niet-EU-studenten een volledige beurs te geven, moeten instellingen keuzes maken. De kennisbeurzen zijn bedoeld voor studenten die een meerwaarde hebben voor het hoger onderwijs of de Nederlandse kenniseconomie.

Universiteiten en hogescholen die actief willen blijven op de internationale markt, moeten dus voor het eerst eigen prijs- en beurzenbeleid ontwikkelen en daar zijn ze druk mee bezig. Hogescholen lijken niet van plan de kennisbeurzen selectief in te zetten. Zij gebruiken het geld liever om de eigen bijdrage van alle studenten zo laag mogelijk te houden. “Wij hebben nu een goede positie op de internationale markt”, stelt Harriet van Daal, directeur internationalisering bij Inholland. “Dat danken we aan het uitgebreide Engelstalige aanbod en de gunstige prijs. Als wij de volledige kostprijs in rekening moeten brengen, leggen we het af tegen de landen om ons heen, waar geen of heel lage collegegelden worden gevraagd.”

Motivatietoets
De Haagse Hogeschool verhoogt het collegegeld voor niet-EU-studenten naar 7.000 euro en trekt 3.500 euro uit voor een kennisbeurs. Eerstejaars die voor zo’n beurs in aanmerking willen komen, moeten wel een lichte motivatietoets afleggen. “Ze moeten bijvoorbeeld een essay schrijven waarin ze aangeven waarom ze voor een opleiding kiezen”, vertelt collegelid Els Verhoef. “Na het eerste jaar willen we alleen volledige kennisbeurzen verstrekken aan studenten die in één jaar hun propedeuse hebben gehaald. Talentvolle studenten die nog een beperkt aantal studiepunten moeten halen, krijgen een lagere beurs.”

Op deze manier trekt de Haagse Hogeschool niet de beste internationale studenten, maar wel de meest gemotiveerde, vindt Verhoef. “De toppers komen toch niet naar Nederland, die gaan naar de VS of Engeland.” Voor selectie aan de poort voelt de Haagse Hogeschool weinig. “Hoe bepaal je of een student die zich aan de andere kant van de wereld bevindt, talentvol is? Maar het is ook weer niet zo dat we de kennisbeurs verrekenen met het hogere collegegeld. Studenten moeten ’m echt aanvragen en een procedure doorlopen. Er komt dus wel degelijk meer selectiedruk.”

Inholland heeft het collegegeld voor niet-EU-studenten al verhoogd naar 4.200 euro. Als de bekostiging wegvalt, wordt dat minimaal 6.000 euro. “Het kennisbeurzenbudget gaan we gebruiken om de tuition fee weer op 4.200 euro te brengen”, vertelt Van Daal. “We willen een betrouwbare instelling zijn en dan kun je niet ineens je tarieven 30 procent verhogen.” Na het eerste jaar wil Inholland, net als de Haagse Hogeschool, alleen studenten met goede studieresultaten een kennisbeurs geven.

Wageningen Universiteit gaat waarschijnlijk een deel van het budget inzetten voor sportfaciliteiten en studentenhuisvesting. “De instroom bij onze masters bestaat voor 25 tot 30 procent uit buitenlandse studenten”, zegt Ab Groen, stafdirecteur onderwijs & onderzoek. “Het instandhouden van voorzieningen voor deze doelgroep betalen we nu uit de bekostiging. Als die wegvalt moeten we een deel van het budget voor kennisbeurzen daaraan besteden.”

Obstakel
De rest van het budget kan gaan naar beurzen voor studenten en medewerkers van de Afrikaanse en Aziatische samenwerkingspartners. “Als die een student of medewerker naar Wageningen sturen voor een master of een PhD, willen wij dat ondersteunen met een kennisbeurs. Zo dragen wij bij aan capacity building in de Derde Wereld.”

Andere niet-EU-studenten zullen de kostprijs moeten betalen. Hoeveel dat wordt, weet Groen nog niet exact. “We vragen nu 8.000 à 9.000 euro per jaar bij de masteropleidingen, maar als we echt kostendekkend gaan werken, wordt de prijs nog wel hoger.” Op de Aziatische markt vormen dergelijke prijzen geen obstakel, voor Afrikanen ligt dat anders. “Afrikaanse studenten komen vrijwel uitsluitend met een donorbeurs”, weet Groen. Als de donororganisaties de beurzen aanpassen aan de hogere collegegelden, is er niets aan de hand. Anders moet Wageningen de prijsstijgingen compenseren met een kennisbeurs. “Maar daar zijn wij geen voorstander van. Als studenten bij allerlei verschillende organisaties beurzen moeten aanvragen, maak je het niet makkelijker voor ze.”

Om hoeveel studenten gaat het nu eigenlijk?
Vorig studiejaar volgden 12.124 studenten van buiten de Europese Unie een bekostigde opleiding in Nederland. Bijna 8.000 van hen kozen voor een Engelstalige hbo-bachelor, ruim 4.000 buitenlanders studeerden aan een universiteit. Hogeschool Inholland (1038), de TU Delft (817), Wageningen Universiteit (633), de Hogeschool Rotterdam (523) en de Haagse Hogeschool (498) trekken de meeste studenten van buiten Europa.

Een niet-EU-student levert nu nog jaarlijks gemiddeld 5.000 euro subsidie op, maar dat is binnenkort afgelopen. Vanaf 2008 tellen studenten van buiten de EU, of eigenlijk studenten van buiten de Europese Economische Ruimte, niet meer mee bij het berekenen van de rijksbijdrage. Als ze naar Nederland willen komen, moeten ze een kostendekkend collegegeld betalen. Universiteiten en hogescholen krijgen naar rato van het huidige aantal niet-EU-studenten een budget waarmee ze talentvolle studenten een kennisbeurs kunnen verstrekken. Maar het geld mag ook worden besteed aan internationale promotie, werving en selectie van buitenlandse studenten of huisvesting en begeleiding. 

Benepen
De TU Delft heeft vooruitlopend op het nieuwe beleid de collegegelden voor niet-EU-studenten ook alvast verhoogd naar 8.000 euro. Een negatief effect heeft dat nog niet gehad. Dit studiejaar is de instroom van buitenlandse masterstudenten zelf met 20 procent gegroeid. “Daar zitten Europese studenten bij, maar ook het aantal niet-EU-studenten neemt toe. Dat is ook het beleid in Delft”, vertelt collegelid Paul Rullmann. “We hebben die internationale studenten keihard nodig voor de kenniseconomie. Bij sommige vakgebieden bestaat de helft van de masterstudenten uit buitenlanders, bij de PhD-trajecten is dat soms zelfs 80 procent. Een vakgebied als micro-elektronica kunnen we opdoeken als er geen buitenlanders meer zouden komen.”

Het aantal buitenlandse studenten moet dus blijven groeien, maar dat wordt met het “benepen” overheidsbeleid lastig, vindt Rullmann. Het kennisbeurzenbudget is immers afgestemd op het huidige aantal niet-EU-studenten. “Er wordt dus bezuinigd op universiteiten die buitenlandse studenten opleiden en bij toelatings- en verblijfsprocedures worden, ondanks alle mooie beloftes, nog steeds behoorlijke drempels opgeworpen.” Toch hoopt Rullmann met een slim beurzenbeleid meer internationale studenten naar Delft te halen. “We willen met die kennisbeurzen goede studenten binnenhalen, die we selecteren via de universiteiten en kennisinstellingen waarmee we samenwerken. Zo hopen we een stroom op gang te brengen die het volle pond betaalt. Dat is het idee: met kwaliteit nieuwe kwaliteit trekken.”

Ook de Haagse Hogeschool wil ondanks het restrictieve overheidsbeleid meer studenten van buiten Europa trekken. “Wij willen het aantal Engelstalige opleidingen uitbreiden”, zegt collegelid Verhoef. “Als dat een succes wordt, zullen we andere fondsen moeten werven om de kennisbeurzen op peil te houden, want het budget is afgestemd op de vijfhonderd niet-EU-studenten die we nu hebben. Het lijkt erop dat er voor studenten die een technische opleiding willen gaan volgen, wel fondsen zijn te werven. Geen grote bedragen, maar er zijn wel mogelijkheden.”

“Als je te succesvol bent op de internationale markt, bijt je in je eigen staart”, analyseert Harriet van Daal van Inholland. “Dat is erg jammer voor de Nederlandse economie. Wij willen onze Nederlandse studenten graag de mogelijkheid bieden om naast studenten uit China en India in de collegebankjes te zitten. Maar door het overheidsbeleid wordt het erg lastig om ons onderwijs een internationaal karakter te geven.”

auteur: Yvonne van de Meent
(eerder verschenen in Transfer, maart 2007)