Info

Kennisbeurzen in nevelen gehuld

— gearchiveerd onder:
Share |

Over anderhalf jaar maakt het fenomeen kennisbeurs zijn entree in het hoger onderwijs. De afschaffing van de bekostiging voor niet-Europese studenten is dan een feit. Daarvoor in de plaats ontvangen hogescholen en universiteiten ontvangen ze een bedrag dat ze mogen besteden aan topstudenten van buiten Europa, de zogenaamde kennisbeurzen. Maar het is nog niet duidelijk hoeveel geld ermee gemoeid zal zijn. De bedragen die genoemd zijn lopen uiteen van 20 miljoen tot 80 miljoen. Dat maakt het lastig voor de instellingen zich voor te bereiden op het nieuwe beleid.

Vanaf het studiejaar 2007/2008 ontvangen universtiteiten en hogescholen geen bekostiging meer voor niet-Europese studenten. Ze krijgen hetzelfde bedrag wel terug voor het aantrekken van niet-Europese studenten van hoog niveau, die een meerwaarde hebben voor het Nederlandse hoger onderwijs en de kenniseconomie. Behalve voor beurzen voor die studenten, kan het geld gebruikt worden voor werving, huisvesting of andere zaken. Het voorstel voor deze zogenaamde kennisbeurzen kwam van staatssecretaris Rutte, in de Internationaliseringsbrief ‘Koers op Kwaliteit’ van november 2004.

Stoppen
Het geld dat de instellingen ontvangen – 5000 euro per student - wordt dus verschoven. Maar binnen instellingen kan zo’n verschuiving belangrijke gevolgen hebben. Instellingen gebruiken het geld doorgaans om het mogelijk te maken dat niet-Europese studenten geen (beduidend) hoger collegegeld betalen dan anderen. In de toekomst kan dat niet meer. De 5000 euro is dan uitsluitend bestemd voor topstudenten. “Er is een kans dat sommige opleidingen die een groot aantal niet-Europese studenten hebben, dan moeten stoppen. Want die studenten zullen wegblijven als ze een hoger collegegeld moeten gaan betalen”, zegt Susana Menendez, die verantwoordelijk is voor Internationalisering bij Hogeschool InHolland. De mega-instelling telt 1800 internationale studenten en elf Engelstalige bacheloropleidingen.

Argwanend
Het is lastig voor de instellingen om zich voor te bereiden op de kennisbeurs doe over anderhalf jaar wordt ingevoerd. Sinds de Internationaliseringsbrief van 2004 heeft het ministerie van OCW bijna niets meegedeeld over de implementatie van het beleid. Het is niet duidelijk wanneer de bekostiging voor niet-Europese studenten precies stopt en er zijn nog geen officiële cijfers gepresenteerd.

Menendez: “Zolang wij geen precieze cijfers hebben, ben ik er niet gerust op dat alle hogescholen het bedrag dat ze kwijtraken inderdaad de vorm van kennisbeurzen terugkrijgen.” De nadruk op onderzoek en excellente studenten maakt haar wat argwanend omdat die aspecten in het voordeel van universiteiten kunnen werken. Bij de voorbereidingen voor het internationale wervingsbeleid voor 2007/2008, houdt InHolland daarom rekening met drie scenario’s. Het somberste is dat de bekostiging voor niet-EU studenten helemaal wegvalt. Een tweede scenario is dat InHolland het geld behoudt met een breed gedefinieerd oormerk ‘kennisbeurzen’. Een andere mogelijkheid is dat de instelling de opdracht krijgt het geld alleen in te zetten voor topstudenten.

Bezorgd
Ineke van der Linden is directeur internationalisering van de Hogeschool Utrecht. Ze weet niet om hoeveel geld het voor die instelling zal gaan: “Want het is niet bekend voor welke studenten de bekostiging precies wegvalt. Je kunt dus ook nog niet bepalen hoe je het wilt gaan inzetten.” De HBO-raad is daar bezorgd over. Volgens woordvoerder Egbert de Vries gaat de koepel ervan uit dat de kennisbeurzen bedoeld zijn voor mensen die geen leerrechten in Nederland hebben. Dat zijn in principe alle mensen van buiten de Europese Unie. Zij betalen daarom een hoger collegegeld dan Europese studenten. Ex-pats, sommige vluchtelingen en allochtonen met een (min of meer) vaste verblijfsvergunning horen daar niet bij. Veel vluchtelingen bijvoorbeeld die wel leerrechten hebben, omdat dat hoort bij een vaste verblijfsvergunning, kunnen geen studiefinanciering aanvragen omdat ze ouder dan dertig zijn, een baan hebben of een verdienende partner. Maar ze betalen wel het reguliere collegegeld en niet het verhoogde bedrag voor niet EU-studenten.  

Bezuiniging
Maar in december bleek dat OCW een andere definitie hanteert van de doelgroep van de kennisbeurzen. OCW maakt zijn inschatting nu op grond van alle niet-Europese studenten dus inclusief vluchtelingen en anderen die
wél recht hebben op studiefinanciering. Want voor die groep als geheel, zonder onderscheid in studiefinanciering of niet, zijn de cijfers makkelijker verkrijgbaar. De Vries: “Die definitie van de doelgroep was zonder overleg met ons veranderd.”

Hoeveel dat er zijn is makkelijk na te gaan bij de IB-groep. Maar het is een forse overschatting van het aantal mensen waar het feitelijk om gaat.” Volgens de HBO-raad hebben hogescholen nu juist veel studenten die tot de categorie horen van niet-Europeaan, toch leerrechten, maar geen recht op studiefinanciering. Als OCW voor deze studenten 5000 weghaalt, heeft dat bij hogescholen een veel grotere verschuiving van middelen.  

De HBO-raad wil daarom dat het bedrag dat straks verschoven wordt meer verband houdt met het reële aantal studenten aan wie het besteed kan worden. Het risico van een te hoog bedrag is duidelijk. De minister heeft de Kamer beloofd dat het beleidsinstrument kennisbeurzen in 2011 wordt geëvalueerd. Als dan blijkt dat instellingen aan de doelstellingen minder geld hebben besteed dan ze ontvingen, kan dat in een volgende fase gekort worden.

Universiteiten en de VSNU zijn minder bezorgd. Maar enthousiast zijn ze ook niet allemaal. Professor K. Luyben is decaan van de faculteit Technische Natuurwetenschappen van de TU Delft. “Het is niets anders dan bezuiniging,’ zegt hij. Delft verwacht steeds meer niet-Europese studenten, omdat de universiteit er veel aan doet om een internationaal vooraanstaande rol te kunnen spelen. Maar het bedrag dat voor het kennisbeurzenbeleid beschikbaar wordt gesteld, wordt vastgesteld op grond van het aantal niet-Europese studenten in oktober 2005, en dan voor een aantal jaren bevroren. “Per saldo komt er dus minder geld voor internationale profilering. Dat de kwaliteit van onze buitenlandse studenten nu niet hoog genoeg zou zijn is flauwekul. Onze buitenlandse studenten studeren vaker cum laude af dan Nederlandse.” Toch leggen de Delfste faculteiten zich neer bij het principe van het beleid.

Prestige-masters
Voor enthousiaste geluiden moet je naar Utrecht. Aan onzekerheid over het te verwachten bedrag heeft de Universiteit Utrecht zelf een eind gemaakt. Men heeft OCW telefonisch gevraagd of de eigen inschatting van 2,5 miljoen zo’n beetje juist was. Ja, was het antwoord. De inzet ervan ligt in Utrecht voor de hand. “Dat geld gaat voornamelijk naar ons beurzenprogramma voor niet-Europese studenten in de ‘prestige-masters’ opleidingen”, meldt adviseur internationalisering Wessel Meijer. De facultaire commissies die studenten voor de prestige-masters selecteren, beslissen wie die beurzen krijgen. De kennisbeurzen zijn volgens Meijer een ‘erg goed marketing instrument’ dat volledig past in beleid gericht op excellentie dat daar toch al bestond.

OCW streeft ernaar voor de zomer duidelijkheid te geven over het definitieve bedrag dat uitgetrokken zal worden voor de kennisbeurzen. Tot die tijd is het voor de meeste instellingen dus afwachten geblazen. 

auteur: Dorrit van Dalen
(eerder verschenen in Transfer, maart 2006)