Info

Plasterk: instellingen besluiten zelf over beurzen

Share |

Het is aan elke instelling afzonderlijk om te bepalen welk deel van de rijksbijdrage zij wil inzetten om via het profileringsfonds beurzen te verstrekken, bijvoorbeeld aan studenten uit ontwikkelingslanden. Hiervoor is van overheidswege geen apart budget beschikbaar. Dat schrijft minister Plasterk in antwoord op vragen over de onderwijsbegroting 2010.

Enkele vragen gaan over de bezuiniging op de bijdrage voor studenten van buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Vanaf 2010 stelt Plasterk daar 4 miljoen euro minder voor beschikbaar aan universiteiten en hogescholen, in 2015 gaat het om een korting van 21,8 miljoen. Als reden voor deze bezuiniging voert hij aan dat de problematiek van de overheidsfinanciën zo groot is, dat OCW ook moet helpen die op te lossen. Daarbij heeft het kabinet ervoor gekozen ‘om de primaire processen voor hoger onderwijs zoveel mogelijk te ontzien’.

Eind vorig jaar gaf de Tweede Kamer Plasterk via een motie opdracht om een fonds te vormen voor studenten uit ontwikkelingslanden die in Nederland willen komen studeren. De minister zag daar echter van af bij gebrek aan geld. Vanwege de motie is bij de bezuiniging op de bijdrage voor niet-EER-studenten een uitzondering gemaakt voor studenten uit ontwikkelingslanden, schrijft Plasterk nu. Maar dat is alleen zo op papier. Het geld dat overblijft maakt namelijk deel uit van de lumpsum, die instellingen naar eigen inzicht kunnen besteden.

De Tweede Kamer vraagt ook, of het budget voor het profileringsfonds evenredig wordt verhoogd. In de nieuwe Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) vervangt dat fonds het huidige afstudeerfonds. Studenten kunnen een beroep doen op het profileringsfonds bij bijzondere omstandigheden als ziekte of bestuurswerkzaamheden. Maar instellingen kunnen het fonds ook gebruiken om financiële ondersteuning te bieden uit studenten van buiten de EER. Zij mogen zelf weten welk bedrag zij daaraan besteden, reageert Plasterk dus.