Info

Nederland aangeklaagd vanwege 'discriminerende' stufi

Share |

De Europese Commissie heeft Nederland aangeklaagd bij het Europees Hof van Justitie, omdat zij de wet meeneembare studiefinanciering discriminerend vindt. Volgens de Nederlandse wet mogen alleen studenten die drie van de afgelopen zes jaar in Nederland hebben gewoond hun beurs meenemen naar het buitenland. Deze zogenaamde 'woonplaatsvereiste' is in strijd met de EU-regels voor het vrij verkeer van werknemers.

De commissie heeft Nederland vorig jaar april al gevraagd de wet Studiefinanciering op dit punt aan te passen, maar dat is niet gebeurd. Vorige week maakte de Commissie bekend naar de rechter te stappen. Het Europese Hof legt Nederland een dwangsom op als de Commissie gelijk krijgt.

De wooneis is destijds ingevoerd om misbruik van meeneembare studiefinanciering  door studenten die geen band hebben met Nederland, te voorkomen. Werknemers binnen de EU hebben in alle landen van de Europese Unie dezelfde sociale voordelen als nationale werknemers. In praktijk betekent dat dat een Duitse student voor korte tijd in Nederland kan gaan werken en vervolgens een meeneembare beurs kan aanvragen om in Duitsland te gaan studeren. Kinderen van EU-ingezetenen die in Nederland werken, ook al is dat voor een korte periode, zouden eveneens recht hebben op een meeneembare beurs. Om daar paal en perk aan te stellen, werd in de Wet Studiefinanciering de ‘drie-uit-zes-eis’ opgenomen.

De Europese Commissie vindt echter dat de eis dat studenten drie van de zes jaar in Nederland moeten hebben gewoond, discriminerend is voor migrerende werknemers. Het is voor hen moeilijker om aan deze wooneis te voldoen dan voor nationale werknemers.

Het ministerie van onderwijs heeft afgelopen donderdag laten weten aan de regel vast te houden en de uitspraak van het Europees Hof met vertrouwen tegemoet te zien.
 
Lees hier, in het septembernummer van Transfer, meer over de aanklacht van de Europese Commissie. Vanaf pagina 22.