Lector Hans de Wit: inhaalslag internationalisering hbo moeilijk
- 07-04-2011
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
Internationalisering is onderwijs in de Engelse taal. Of, internationalisering is synoniem met mobiliteit. En: hoe meer samenwerkingsovereenkomsten , hoe internationaler een instelling is. Dat zijn enkele van de negen grote misvattingen over internationalisering van het hoger onderwijs, die met name binnen het hoger beroepsonderwijs hardnekkig zijn, stelt Hans de Wit, lector Internationalisering van het Onderwijs bij de Hogeschool van Amsterdam in zijn intreerede. "Het middel lijkt doel te zijn geworden."
In zijn openbare les getiteld ‘Wet van de stimulerende achterstand’, die gisteren plaatsvond, schetste De Wit een beeld van hoe de internationalisering er in het hbo voor staat en ging hij in op de inhaalslag die het Nederlandse hbo op dit gebied heeft te maken. De kans dat deze achterstand wordt ingelopen de komende jaren moet volgens De Wit niet al te positief worden ingeschat.
Hoewel er niet veel onderzoek is gedaan naar internationalisering van het hbo – het laatste grote onderzoek dateert van twaalf jaar geleden – is het algemene beeld niet rooskleurig. De achterstand ten opzichte van de universiteiten is amper ingelopen. Recent nog bleek uit een pilot van de NVAO naar een ‘distinguished feature internationalisation’ dat hbo-opleidingen minder goed scoren op punten als visie, missie en beleid dan universitaire opleidingen. De Wit betoogde echter dat, beter dan een vergelijking te maken met het wetenschappelijk onderwijs, het hbo op zijn eigen merites beoordeeld moet worden: wat is de functie van het hbo en wat betekent dat voor de internationalisering ervan?
Aanbevelingen
Voor het hoger beroepsonderwijs moet vooral de relatie met de beroepspraktijk de drijfveer zijn voor internationalisering, aldus De Wit. Zo loopt het Nederlandse Midden- en Kleinbedrijf (MKB), waar het merendeel van de afgestudeerden van het hbo terecht komt, kansen mis in de mondiale kenniseconomie. Redenen die daarvoor worden aangedragen zijn een gebrek aan interculturele competenties bij hun medewerkers, onvoldoende kennis van landen en markten en onvoldoende taalvaardigheid. Daarnaast hebben hogescholen meer dan universiteiten te maken met een toename van het aantal studenten met een interculturele achtergrond. Ook dit moet volgens de lector van invloed zijn op het internationaliseringsbeleid van hbo-instellingen.
Binnen Europa ligt het Nederlandse hbo achter op veel andere Europese universities of applied sciences, met name op die van Scandinavië en Duitsland. Vooral op het punt van onderzoek en het aantal gepromoveerde docenten scoort Nederland laag. De nadruk ligt zozeer op samenwerking met het lokale beroepenveld dat er geen ruimte of tijd is voor internationale onderzoekssamenwerking. De Wit betwijfelt het of het hbo in staat is om de komende jaren grote sprongen vooruit te maken op onderzoeksgebied, de kwaliteit van docenten en het voorbereiden van studenten op de internationale kennissamenleving. Wel ziet hij de aanbevelingen van de Commissie Veerman als een stap in de goede richting. De Wit noemde een aantal maatregelen die het hoger beroepsonderwijs zelf zou kunnen nemen om de achterstand in te halen door prioriteit te geven aan docentenkwaliteit, internationale stages, virtuele mobiliteit, de internationalisering van het curriculum en internationaal praktijkgericht onderzoek.
- 07-04-2011
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
