DIS-bezoekers: Studeren in Nederland is heel anders
- 09-11-2009
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
Ruim 2300 bezoekers trok de Dag van de Internationale Student (DIS), afgelopen zaterdag in Den Haag. Hun achtergrond is heel divers, zo stelde Transfermagazine vast. Maar over één ding waren de geïnterviewden het eens: studeren in Nederland is heel anders.
Pukar Man Amatya en Shashish Maharjan komen uit Nepal en studeren Geoinformatics en Water Resources and Environmental Management aan het ITC in Enschede. Die instelling staat goed bekend in hun land van herkomst, vertellen ze. Pukar Man Amatya: “Ik kreeg de aanbeveling van docenten om hier te gaan studeren.” In de twee maanden dat hij hier heeft hij al kunnen vaststellen dat de kwaliteit van het onderwijs inderdaad goed is. Maar de praktijk-gerichte aanpak was nieuw voor hem. “Daar moest ik aan wennen.” Hun mede-studenten komen uit Afrika of ook uit Azië. Daardoor leren ze weinig Nederlanders kennen. “Ik hoop dat dat nog wel gaat gebeuren”, zegt Shashish Maharjan. Hij overweegt ook een PhD te doen in Nederland. Pukar Man Amatya gaat na zijn studie terug naar Nepal. “Het NFP [Netherlands Fellowship Programma, red] biedt mij een goede kans om iets voor mijn land te betekenen met mijn ervaring.”
Een leuke belevenis vindt Erasmusstudente Marija Matvejeva uit Letland het double degree-programma waarvoor ze nu de opleiding European Finance Management volgt aan de Christelijke Hogeschool Ede. Dat, met het feit dat ze aan het eind twee diploma’s krijgt, gaf de doorslag om hier een jaar te studeren. “Het onderwijs verschilt wel behoorlijk van dat in mijn land. Het is erg georganiseerd, je weet precies wat je moet doen en wanneer de deadlines zijn. En er is minder afstand naar de docent.” Wat ze hierna gaat doen? “Dat hangt af van de plek in Europa waar ik kan stagelopen. Misschien kan ik daar ook een baan krijgen.”
Vanuit het niets begonnen Ihsanullah Rahi en zijn collega’s in het zuiden van Afghanistan een pluimveeproject.
“Er is een goede markt voor. Vroeger exporteerden we, nu importeren we.” Het Practical Training Centre in Barneveld waar hij zes maanden studeert via het NFP, doet zijn naam eer aan. “Het is een praktische opleiding, waar we met onze vragen en problemen terecht kunnen. Het onderwijs is hier totaal anders.” De opgedane kennis kan hij eenmaal terug in Afghanistan goed gebruiken om het project te verbeteren. Ook Ihsanullah Rahi komt bij zijn studie weinig Nederlanders tegen, maar hij zegt toch af en toe toch contact te hebben met ‘local people’. De DIS is een mooie gelegenheid om andere buitenlandse studenten te ontmoeten. “Ik heb het hier naar mijn zin.”
Familie in Nederland maakte het voor de Indonesische Marinda Anggana Putri gemakkelijk om hier te komen studeren. “En mijn docent is ook aan de TU Delft afgestudeerd”, verklaart ze haar keuze nader. Minder eenvoudig is de masteropleiding, die ze zelf financiert. “Het niveau ligt hoog en de taal is een probleem. Engels is niet mijn moedertaal. Ik moet hard studeren om bij te blijven.”
De manier van onderwijs is ook een beetje anders dan in Indonesië, vindt ze: “Je krijgt hier vrijheid en de communicatie tussen de studenten en de docent is beter. Je kunt met hem in discussie gaan tijdens de les.” Omdat meer dan de helft van de studenten bij haar opleiding uit het buitenland komt, heeft Marinda Anggana Putri weinig contact met Nederlandse studenten. “Alleen in de werkgroepen, die moeten gemengd zijn.” Ze zou anderen zeker aanraden ook in Nederland te gaan studeren en blijft hier misschien nog een paar jaar werken. “Ik heb hier veel vrienden, leer veel en word echt geaccepteerd als internationale studente. Je hoeft je niet klein te voelen in een groot land als dit.”
Toen Jean-Robert Nigarura uit Roemenië besloot zijn bachelor International Business in het buitenland te gaan doen, twijfelde hij tussen Nederland en Engeland. “Nederland kwam goed uit.”
Toch stuit hij in Maastricht op een probleem. “Ik wil de taal graag leren, dus ik probeer contact te maken met Nederlandse studenten. Dat is lastig: ik word hier vooral omringd door Duitsers. Dus ik leer nog eerder Duits dan Nederlands als ik hier op de universiteit blijf. Misschien is dat elders in Nederland gemakkelijker. Waarschijnlijk blijf ik hier voor een master, ik vind het echt leuk in Nederland.” Nou ja, nog een minpuntje: “Ik heb nog geen bijbaan. Dat is best lastig te regelen als Roemeen, dan heb je een werkvergunning nodig.” Na zijn studie wil hij een tijdje naar Afrika, waar zijn vader vandaan komt.
interviews: Eric Beerkens
foto's: Marijn Willemse
- 09-11-2009
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
