Info

Knapen verwacht veel van kennisplatforms

Er komt geen 'NL Aid', een aparte organisatie voor ontwikkelingshulp, zoals de WRR vorig jaar adviseerde. In plaats daarvan kiest staatsecretaris Knapen voor het delen van kennis en het verbinden van verschillende betrokkenen, zo schrijft hij in zijn Kennisbrief.

De brief van Knapen was een reactie op verschillende moties, waarin de Tweede Kamer hem onder meer opriep om duidelijkheid te geven over de rol van kennis in het OS-beleid. De staatssecretaris verwacht daarbij veel van vijf op te zetten kennisplatforms, waarin onderzoekers uit Nederland en ontwikkelingslanden samen met bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheid de aanwezige kennis in kaart brengen, onderzoeksvragen definiëren en de resultaten terugkoppelen naar beleidsmakers en uitvoerders. Naast een kennisplatform  voor elk van de prioritaire thema’s veiligheid en rechtsorde, water, voedselzekerheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, gaat er een zich richten op ‘innovatieve, thema-overstijgende interventiestrategieën’. 

Voor de kennisinfrastructuur in Nederland heeft dit gevolgen. Volgens Knapen is er nu sprake van een ‘lappendeken van instellings- en programmasubsidies’. Die wil hij waar mogelijk vervangen door een aanbestedingssysteem voor onderzoeksvoorstellen, waarbij de prioriteiten van het kabinet leidend zijn. Instellingssubsidies worden in beginsel niet meer verstrekt, al komt er wel een overgangsregeling voor kennisinstituten die rechtstreeks vanuit ontwikkelingssamenwerking instellingssubsidie ontvangen.

De instellingen voor Internationaal Onderwijs, zoals het International Institute for Social Studies (ISS) en het ITC, zijn een geval apart. Zij krijgen een deel van hun financiering via de begroting van OCW. Knapen wil met dat ministerie en de instellingen zelf overleggen hoe die strategischer kunnen bijdragen aan zijn beleid en de kennisplatforms, bijvoorbeeld door ook hun onderzoek deel te laten uitmaken van de aanbestedingssystematiek. De staatssecretaris benadrukt dat hij daarbij de waarde van onderzoeksopleidingen en alumninetwerken in het oog wil houden. In een reactie breken Martien Molenaar (ITC) en Leo de Haan (ISS) een lans voor de eigen kennisnetwerken van hun instellingen. Daarin komen ook kennisdomeinen aan de orde die van groot belang zijn voor wereldomspannende problemen, maar die vanuit een commercieel perspectief (nog) niet interessant zijn.

Specifieke aandacht blijft nodig voor het ondersteunen van kennisinstellingen in de ontwikkelingslanden, schrijft Knapen. Ook daarbij moet wat hem betreft de nadruk liggen op samenwerkingsverbanden en aansluiting bij mondiale kennisnetwerken. Hij wil proberen deze activiteiten te koppelen aan het NICHE-programma.