WRR bekritiseert accent op onderwijs in ontwikkelingshulp
- 20-01-2010
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
De Nederlandse ontwikkelingshulp moet op de schop, concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in het lijvige rapport 'Minder pretentie, meer ambitie'. Opvallend is dat de raad het grote accent op onderwijs in ontwikkelingshulp 'merkwaardig' noemt. Nederland gaat volgens de raad nog te veel af op de misvatting dat onderwijs altijd tot ontwikkeling leidt, en dat onderwijs een Nederlandse ‘specialiteit’ is.
De WRR bepleit "een forse wijziging van de organisatie van ontwikkelingshulp" in het rapport waar twee jaar aan werd gewerkt en honderden mensen voor werden geïnterviewd. Conclusie: ontwikkelingssamenwerking moet professioneler worden vormgegeven en de hulp moet zich concentreren op terreinen waar Nederland sterk in is, of wil zijn. Dat zijn volgens de raad thema’s zoals water, landbouw en de rechtsstaat.
Onderwijs is volgens de WRR niet zo’n specifieke Nederlandse kwaliteit, omdat Nederland op dit gebied een kennistraditie ontbeert, en ook geen spraakmakende onderzoeksnetwerken of universitaire centra telt die uitblinken op kennis van onderwijs in ontwikkelingslanden. De raad vindt het daarom merkwaardig dat driekwart van het Nederlandse ontwikkelingsbudget besteed wordt aan onderwijs en gezondheidszorg. Nog merkwaardiger is het volgens de raad dat Nederland wel een internationaal beroemde landbouwuniversiteit heeft, maar de laatste decennia “erg weinig geld uittrekt voor landbouw”, namelijk 1,3 procent van het totale hulpbudget.
De WRR wijst erop dat niet iedere vorm van onderwijs tot ontwikkeling leidt. “Als er geen banen zijn, heeft een goed opgeleide beroepsbevolking, althans in economische zin, geen meerwaarde.” Als mensen met een goede opleiding geen baan krijgen ontstaat vooral frustratie, zoals volgens het rapport in menig Afrikaanse universiteitsstad zichtbaar is.
Verder heeft de nadruk op universele toegang tot primair onderwijs schade berokkend in ontwikkelingslanden, schrijft de raad. “Veel landen (en NGO’s) zijn erop gericht zoveel mogelijk kinderen in de klas te krijgen, het doet er niet toe of ze iets leren.” Ook leidde het de aandacht af van het hoger onderwijs, en mede daardoor is de kwaliteit van het hoger onderwijs in veel ontwikkelingslanden sterk gedaald. De oplossing moet volgens de raad gezocht worden in aandacht voor beroepsonderwijs en de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Zoals de WRR toelicht: “Waar Westerse universiteiten op alle mogelijke manieren contact zoeken met de wereld om ze heen lopen veel Afrikaanse studenten nog niet eens stage.”
Bovendien noemt de raad het opvallend dat Nederland “weinig investeert” in kennis over ontwikkeling. Minister Koenders van ontwikkelingssamenwerking heeft wel een aantal initiatieven opgezet om kennis over ontwikkelingshulp uit te breiden, maar de middelen daarvoor zijn volgens de WRR ‘karig’. Kennis moet daarom in Nederland én in de ontwikkelingslanden hoger op de agenda komen te staan.
- 20-01-2010
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
