Info

Collegegeld schrikt weinig Duitse studenten af

Share |

Collegegeld speelt nauwelijks een rol als Duitse jongeren besluiten óf zij gaan studeren en wáár, zo blijkt uit onderzoek. Circa 70 procent van de ondervraagden gaf aan dat de kosten geen of een geringe rol speelden bij hun afweging.

Het Hochschul-Informations-System (HIS) ondervroeg jongeren die in 2008 in aanmerking kwamen om te gaan studeren, een halfjaar van tevoren en een halfjaar na afloop. Voor 1 procent was specifiek de hoogte van collegegeld een belangrijk financieel argument om niet te gaan studeren, schrijft het HIS. De plaats van een eventuele studie hing meestal af van de opleidingen die instellingen aanbieden en hun nabijheid. Tien procent noemde het ontbreken van collegegeld als doorslaggevende factor.

Na een uitspraak van het Duitse hooggerechtshof in 2005 besloten zeven van de zestien deelstaten collegegeld in te voeren, in de meeste gevallen maximaal 500 euro per semester. Inmiddels draaien steeds meer Bundesländer die maatregel terug. Als de nieuwe regeringen van Hamburg en Baden-Württemberg hun belofte nakomen, blijft collegegeld alleen in Nedersaksen en Beieren bestaan.

Deutsches Studentenwerk, de nationale vereniging van studenten-servicepunten, concludeert uit het HIS-onderzoek dat er sinds 2006 aanmerkelijk meer jongeren afzien van een studie van wie de ouders niet hebben gestudeerd.  Collegegeld zou daarbij de reden zijn. De cijfers tonen weliswaar een geleidelijke stijging aan van het percentage eerstejaars ‘academici-kinderen’ van 52 procent in 2003/2004 naar 55 procent in 2007/2008, maar die wordt gevolgd door een terugval tot 51 procent in 2009/2010. Op hogescholen is hun aandeel lager. Het  Duitse ministerie van onderwijs maakte onlangs bekend dat het hoger onderwijs sinds de invoering van het BaMa-stelsel iets meer studenten met een lagere maatschappelijke herkomst trekt.

Uit het HIS-onderzoek komt verder naar voren dat bij aanvang van de opleiding slechts zes procent van de studenten van plan was naar het buitenland te gaan. Op een later tijdstip was dat toegenomen tot 39 procent. Nog eens 37 procent twijfelde daarover.