“Onderscheid hbo- en academische titel is achterhaald”
- 22-03-2011
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
Staatssecretaris Zijlstra houdt vol dat hij af wil van het "gekunstelde onderscheid" tussen bachelor- en mastertitels voor hbo’ers en academici. Anders raken studenten in het buitenland onnodig in de problemen. Dat zei hij gisteren in de Tweede Kamer, waar het wetsvoorstel 'Ruim Baan voor Talent' en de kabinetsreactie op het Rapport-Veerman werden besproken. Zijlstra maakte gisteren ook bekend dat hij een 'bursalenstelsel' voor promovendi mogelijk wil maken.
Promovendi voeren actie tegen de komst van zo’n stelsel, omdat de positie van de promovendus ondermijnd zou worden. Universiteiten zeggen dat ze vooral willen aansluiten op de praktijk in het buitenland, waar promovendi vaak een studiebeurs krijgen in plaats van een salaris. Universiteitenvoorman Sijbolt Noorda beweerde bovendien – tot woede van de actievoerders – dat het bursalenstelsel er met name moest komen om buitenlandse promovendi te beschermen.
Maar staatssecretaris Zijlstra noemde gisteren ronduit het financiële argument: “Een bursaal is goedkoper dan een werknemerpromovendus.” Het is overigens niet zijn bedoeling dat universiteiten het geld voor iets anders dan wetenschap gebruiken. Hij wil vooral dat er meer promovendi komen.
Er wordt al jaren gesproken over het al of niet invoeren van een bursalenstelsel. Dat geldt ook voor de titulatuurkwestie. Het huidige Nederlandse verschil in graden is “theoretisch” en “achterhaald”, zei Zijlstra. Hij is niet bang dat het gelijktrekken van de titels tot een devaluatie van het universitaire diploma leidt: “Heel veel andere landen hebben het over ‘universities’ die minder niveau hebben dan onze hogescholen. Wij moeten op dit punt niet roomser willen zijn dan de paus.”
Afgestudeerden van universiteiten mogen bachelor of master ‘of arts’, dan wel ‘of science’ achter hun naam zetten, maar hbo’ers niet. Die voeren tot nog toe een specifieke toevoeging in hun titel, bijvoorbeeld ‘bachelor of theatre in education’, die in één oogopslag duidelijk maakt dat ze een beroepsgerichte opleiding hebben gevolgd. Dat brengt hen echter in de problemen als ze een vervolgopleiding willen doen in het buitenland, want daar wordt zo’n graad niet erkend.
Volgens Zijlstra is een hbo-diploma niet minder dan een universitair diploma, maar “anders”: hogescholen bieden beroepsgerichte opleidingen, terwijl universiteiten research-opleidingen aanbieden. Niet de titel, maar de naam van de instelling waar ze zijn afgestudeerd moet dit duidelijk maken: een hogeschool is geen ‘university’ maar een ‘university of applied sciences’.
HOP, Bas Belleman, Marijke de Vries
- 22-03-2011
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
