Info

Boek bundelt ervaringen met Leven Lang Leren

— gearchiveerd onder:
Share |

Een direct verslag van de werkvloer. Dat is het boek ‘Leven Lang Leren in Europa ’ dat gisteren in Den Haag werd gepresenteerd. Schooldirecteuren, lectoren, docenten, ambtenaren, studenten en leerlingen vertellen daarin over hun ervaringen met internationalisering in het kader van het Europese Leven Lang Leren programma (LLP). Ook de toekomst van het nieuwe programma dat in 2014 start, wordt belicht.

“We zijn nu halverwege de rit met het Leven Lang Leren programma en vonden dat een goed moment om de tastbare resultaten van dit inspirerende programma te laten zien”, vertelt Sabine Galjé, hoofd van het Nationaal Agentschap. De eerste exemplaren werden gisteren uitgereikt aan Ann Vandenbulcke van de Europese Commissie en Gérard Maas, plaatsvervangend directeur Internationaal beleid bij het ministerie van Onderwijs.

Het boek bevat, naast ervaringen van deelnemers, een overzicht van alle actielijnen  van het Leven Lang Leren programma dat in 2007 van start ging. Zo wordt er veel informatie gegeven over de subsidieprogramma’s Comenius, Leonarda da Vinci, Erasmus en Grundtvig, die uitgevoerd worden onder verantwoordelijkheid van het Nationaal Agentschap. Nederland ontvangt daar jaarlijks 30 miljoen euro voor vanuit Brussel.

Het laatste hoofdstuk van het boek is gewijd aan de toekomst van het LLP na 2013.  De opvolger van het huidige programma zal er behoorlijk anders uit gaan zien. Openbare raadplegingen maakten al duidelijk dat er meer aandacht moet komen voor het verhogen van de kwaliteit en de impact van de onderwijsprogramma’s. Daarnaast is het een lang gekoesterde wens om de beschikbare middelen uit verschillende fondsen slimmer te combineren. Zo ondersteunt het Europees Sociaal Fonds (ESF) de werkgelegenheid in lidstaten. Door elementen uit de ESF-programma’s te combineren met onderwijsprogramma’s kan de impact van internationalisering worden vergroot. Nu komen dit soort samenwerkingsvormen nog maar heel weinig voor. Ook virtuele mobiliteit zou een plaats moeten krijgen in het nieuwe programma net zoals meer samenwerking met landen buiten de Europese Unie.