EU-student moet aan de bak voor Nederlandse beurs
- 10-03-2012
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
Staatssecretaris Zijlstra wil dat minder EU-studenten in Nederland studiefinanciering krijgen. Daarom scherpt Zijlstra de voorwaarden aan: zij moeten minimaal 14 in plaats van 8 uur per week gaan werken om in aanmerking te komen voor een basisbeurs.
Vorig jaar kreeg 11,5 procent van de EU-studenten in Nederland studiefinanciering en was de staat daar in totaal 26 miljoen euro aan kwijt . "Dat is te grijs," zei Zijlstra tegen de NOS. In 2006 kostte het Nederland 6 miljoen om 6,2 procent van de hier studerende EU-studenten een basisbeurs te geven. Bij het werven van buitenlandse studenten wijzen onderwijsinstellingen op de mogelijkheid om hier studiefinancering aan te vragen.
Nu Nederlandse studenten een hogere bijdrage gaan leveren moeten ook de buitenlanders grotere offers brengen, vindt Zijlstra. Rector Gerard Mols van de Universiteit Maastricht is dat met hem eens, maar vraagt Zijlstra wel om het effect van de maatregel op internationale mobiliteit van studenten in de gaten te houden. Dat zei hij in het Radio 1 Journaal. Tegenover de Limburgse omroep L1 verklaarde hij te vrezen voor een terugloop van het aantal buitenlandse studenten.
Voorzitter Sijbolt Noorda van universiteitenvereniging VSNU kan echter geen begrip opbrengen voor de maatregel. Hij wees er in een interview met de NOS op dat buitenlandse studenten daardoor meer moeten gaan werken naast hun opleiding, terwijl Zijlstra juist ook wil dat mensen sneller afstuderen. De staatssecretaris probeert hiermee in eigen land een signaal af te geven, denkt Noorda, dat hij iets doet om internationale studenten te ontmoedigen. De VSNU-voorman benadrukte dat EU-studenten hier vaak helemaal niet goedkoper uit zijn dan in eigen land, vanwege het relatief hoge collegegeld.
In zijn reactie op Kamervragen van drie VVD’ers legt Zijlstra uit dat EU-studenten in aanmerking komen voor studiefinanciering in hun gastland als zij ‘reële en daadwerkelijke arbeid’ verrichten. Europa geeft daar geen concrete norm voor. Nederland heeft die aanvankelijk relatief laag ingevuld met 32 uur werken per maand, schrijft de staatssecretaris, ‘om uitvoeringstechnische redenen’. De Vreemdelingencirculaire legt echter ‘reële en daadwerkelijke arbeid’ uit als ten minste 40 procent van de gebruikelijke volledige arbeidstijd. Daarmee is er volgens Zijlstra ruimte om de 32-urennorm te verhogen naar minimaal 56 uur werken per maand.
De maatregel wordt in het komende studiejaar van kracht.
- 10-03-2012
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
