Info

Maastricht pakt segregatie aan

— gearchiveerd onder:
Share |

Integratie tussen Nederlandse en buitenlandse studenten gaat niet vanzelf. Daarom start de Maastrichtse School of Business and Economics (SBE), waar de studentenpopulatie bestaat uit 50 procent Duitsers, 35 procent Nederlanders en 15 procent aan overige nationaliteiten, per september met een International Classroom Development programma. Vijf vragen aan programmacoördinator Wim Swaan.

Waarom start de faculteit dit programma?
“Wij verzorgen Probleemgestuurd Onderwijs (PGO) en werken daarbij in kleine groepjes. Met deze onderwijsvorm is het heel belangrijk dat studenten goed met elkaar kunnen samenwerken. Als er wrijving is, werkt dat bij PGO nog sterker door. Bovendien weten we inmiddels dat studenten het samenwerken met andere nationaliteiten niet vanzelf oppikken. Daar hebben ze begeleiding in nodig. Voortschrijdend inzicht op dit terrein heeft tot dit initiatief geleid.”

Verbaast het u dat de integratie onder hoogopgeleide jongeren zo moeizaam verloopt?
“Ik ben gespecialiseerd in interculturele communicatie en weet dat het geen onwil is. Mensen staan in principe open voor andere nationaliteiten. In een situatie met bijvoorbeeld honderd studenten uit honderd verschillende landen, loopt de integratie min of meer vanzelf. Maar bij onze faculteit hebben we te maken met twee meerderheden van Duitse en Nederlandse studenten en een versplinterde minderheid. Studenten zijn dan snel geneigd in hun eigen groep te blijven, ook omdat de twee grote groepen verschillende interesses hebben, andere communicatiestijlen hanteren en afkomstig zijn uit verschillende culturen. Bovendien speelt mee dat Engels voor bijna geen enkele student bij ons de moedertaal is."  

Wat is het doel van het programma?
“Het doel is dat iedereen zich hier op de faculteit thuis voelt, ongeacht zijn of haar nationaliteit en dat er meer onderling contact tussen de studenten ontstaat. We willen ook dat studenten zich ervan bewust worden hoe ze medestudenten onbewust uitsluiten door bijvoorbeeld in de pauzes in hun eigen taal te praten."   

Hoe ziet het programma eruit?
In het eerste jaar zal er per blok twee uur aandacht worden geschonken aan interculturele communicatie. Dat is acht uur per studiejaar. Meer uren is logistiek niet mogelijk omdat we met kleine groepjes, in totaal zo’n 75, werken. Die uren worden geïntegreerd in het onderwijs en bestaan uit het aanleren van interculturele en sociale vaardigheden. Studenten leren hoe ze effectief om kunnen gaan met andere nationaliteiten. Tutoren krijgen hier een training voor. Voor latere jaren worden modules ontwikkeld die docenten in hun vak kunnen toepassen.”

Wanneer kan het programma geslaagd worden genoemd?
“Dat is moeilijk te zeggen. Het is een bewustwordingsproces voor studenten dat zich over een aantal jaren zal uitstrekken. We willen een betere sfeer creëren tussen de verschillende groepen studenten, maar het is lastig om dat in meetbare doelen uit te drukken. Uiteraard zal het programma geëvalueerd worden want het dient ook als pilot voor de andere faculteiten van de Universiteit Maastricht.”