Info

Miljoenen voor excellentie in masterfase blijven liggen

Share |

Universiteiten en hogescholen hebben bijna vijf miljoen euro laten liggen in de subsidiepot voor het Sirius Programma voor excellentie in de masterfase. Vorige week maakte staatssecretaris Halbe Zijlstra bekend dat subsidieaanvragen van zes universiteiten zijn gehonoreerd. De universiteiten gaan er gezamenlijk met ongeveer zeven miljoen euro vandoor, terwijl er in totaal bijna twaalf miljoen euro voor het programma beschikbaar was.

Wat er met de overgebleven 4,6 miljoen euro gebeurt is nog niet duidelijk, zegt Marjolijn Vermeulen, programmaregisseur van Sirius. “Dat is een beslissing voor OCW.” Elf instellingen, waaronder een hogeschool, dienden een subsidieaanvraag in. Vijf daarvan vielen af omdat de aanvraag kwalitatief niet voldeed, legt Vermeulen uit.

Het Sirius Programma is bedoeld om excellentie in het hoger onderwijs te bevorderen. In 2008 ging de bachelorfase van Sirius van start, waarvoor 48,8 miljoen euro beschikbaar was. Bijna veertig instellingen dienden daarvoor aanvragen in, waarvan er negentien werden gehonoreerd. In de bachelorfase was het toegekende bedrag per instelling een stuk hoger. Dat is volgens Vermeulen onder meer te verklaren doordat er veel meer bachelorstudenten dan masterstudenten zijn. “En voor deze kleinere groepen studenten hebben ze nu eenmaal beperktere bedragen aangevraagd.” Vermeulen had in deze masterfase wel gehoopt op iets meer aanvragen, vooral van hogescholen.

Net als in de bachelorfase van Sirius is internationalisering een ondergeschoven kindje in de subsidieaanvragen voor de masterfase. Leiderschap is het hoofdthema in de honours programma’s die de universiteiten van Leiden, Nijmegen, Utrecht, Groningen, Delft en Maastricht willen opzetten met behulp van de excellentiegelden uit Sirius.  Alleen de universiteit van Nijmegen koos in haar subsidieaanvraag  internationalisering als insteek. Zo stelt deze universiteit vijftig beurzen beschikbaar voor studenten die naar het buitenland willen voor studie of onderzoek.

Experts die na afloop van de bachelorfase van Sirius advies uitbrachten stelden vast dat het thema ‘excellentie’ leeft , maar dat de Nederlandse hogeronderwijsinstellingen zich in hun aanvragen niet of nauwelijks bewust tonen van de internationale context daarvan. Een specifiek probleem in de masterfase was volgens Vermeulen dat het lastig blijkt om een buitenlandverblijf in te bouwen in het volle programma van een eenjarige master. “Instellingen moesten voor de honourstrajecten al vaak uitwijken naar de zomermaanden, laat staan dat  ze tijd vonden om nog een internationale component toe te voegen.”