Info

Minister twijfelt niet aan naleving meldplicht studievoortgang

Share |

In het onderwijsveld is er een breed draagvlak voor de normering van de studievoortgang van buitenlandse studenten. Demissionair minister van justitie Hirsch Ballin heeft daarom geen enkele reden om aan te nemen dat instellingen zich niet aan de meldplicht bij de IND zullen houden, zo schrijft hij aan de Eerste Kamer.

Hirsch Ballin reageert daarmee op de twijfels bij VVD-senatoren aan de realiteitszin van de meldplicht in het wetsvoorstel Modern Migratiebeleid. Instellingen moeten jaarlijks bekijken of buitenlandse studenten minimaal de helft van de studiepunten hebben behaald. Is dat niet het geval, dan dienen zij dit door te geven aan de IND. Die kan vervolgens besluiten de verblijfsvergunning van de student– afgegeven voor de gehele studieduur -  in te trekken.

Dat neemt niet weg dat de IND zal controleren of de instellingen deze verplichting naleven, voegt Hirsch Ballin toe. Blijkt dat niet zo te zijn, dan kan een boete worden uitgedeeld. Maar ook schorsing of intrekking van de erkenning als referent behoort tot de mogelijkheden, waardoor de betreffende instelling geen buitenlandse studenten meer kan aantrekken.

De Eerste Kamer had ook vragen over de relatie tussen het IND-register van erkende referenten en het register van instellingen die zijn aangesloten bij de Gedragscode internationale student. Verwijdering uit laatstgenoemd register betekent intrekking van de erkenning als referent. Het blijft daarom voor instellingen van belang om de gedragscode, waarin ook de studievoortgangsnorm is opgenomen, na te leven. Maar ze moeten aan meer voorwaarden voldoen voor erkenning als referent. Het is dus niet zo dat de Landelijke Commissie die toeziet op naleving van de gedragscode gaat fungeren als ‘verlengde arm’ van de IND, schrijft Hirsch Ballin.

De Eerste Kamer streeft naar een plenaire behandeling van het wetsvoorstel vóór of vlak na het zomerreces.