Info

Nederland hekkensluiter lijst vrouwelijke hoogleraren

Share |

Het aantal vrouwelijke wetenschappers in Nederland stijgt gestaag. Niettemin bungelt Nederland op plaats 23 onderaan de Europese ranglijst, afgemeten aan het percentage vrouwelijke hoogleraren. Dat blijkt uit de monitor vrouwelijke hoogleraren 2009, die gisteren in Den Haag werd gepresenteerd.

Het gemiddelde percentage vrouwelijke hoogleraren in de EU ligt op 19 procent. In Nederland was dat percentage in 2007 11,1 procent. Alleen in België, Cyprus, Luxemburg en Malta werden procentueel minder vrouwelijke hoogleraren geteld. Aanvoerders van de lijst zijn Ierland, Roemenië en Letland. In het Lissabonakkoord werd de norm gesteld dat in 2010 één op de vier hoogleraren in de EU vrouw zou moeten zijn, maar als Nederland zo doorgaat is dat doel pas in 2030 bereikt. 

Opvallend is dat in Nederland vrouwen in wetenschappelijke functies gemiddeld vaker in een lagere salarisschaal zitten dan mannen. Het verschil tussen mannen en vrouwen is bij hoogleraren het grootst. Een verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat mannen in hoge functies vaak ouder zijn dan hun vrouwelijke collega’s en daardoor al langer werken en dus in een hogere schaal zijn ingedeeld. Maar nader onderzoek naar de oorzaken hiervan is noodzakelijk, wordt in de monitor benadrukt.

De man-vrouw verhouding in de Nederlandse wetenschap is vooral scheef in hoge functies. Hieronder is te zien dat hun aanwezigheid bij iedere stap in de carrièreladder afneemt.

Bron: Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2009

Een verklaring voor deze magere doorstroom zou kunnen zijn dat vrouwen vaker in deeltijd werken dan mannen. Aan de universiteiten van Leiden en Utrecht zijn de meeste vrouwelijke hoogleraren te vinden, in Wageningen en Twente de minste. De colleges van bestuur bestaan grotendeels uit mannen. Slechts drie van de in totaal 41 collegeleden zijn vrouw.

Lees hier de monitor vrouwelijke hoogleraren 2009, een initiatief van Stichting de Beauvoir.