Info

Nobelprijs en topwetenschappers geven subtop duw in Shanghai-lijst

— gearchiveerd onder:
Share |

Op het eerste gezicht is er voor Nederlandse universiteiten weinig veranderd in de nieuwste editie van de invloedrijke universitaire ranglijst van Shanghai, die maandag gepubliceerd is. Maar een nadere blik toont opvallende veranderingen met duidelijke individuele oorzaken. Eindhoven, Maastricht en Nijmegen maken megaklappers.

De grootste stijgers onder de Nederlandse universiteiten op de Shanghai-ranking danken hun succes aan een Nobelprijswinnaar en twee veelscorende topwetenschappers. De sterk verbeterde scores van  Eindhoven (73 plaatsen), Maastricht (49 plaatsen) en Nijmegen (22 plaatsen) blijken zelfs volledig toe te schrijven aan het meetellen van nieuwe individuele onderzoeksprestaties. Dit blijkt uit een reconstructie door Transfer van de individuele scores van universiteiten buiten de top 100, die op de lijst in monolithische cohorten worden getoond.

De Russische natuurkundige Konstantin Novoselov is hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor de stijging van de Radboud Universiteit van 158 naar 136. Hij won vorig jaar een Nobelprijs. Het feit dat de Rus zijn PhD in Nijmegen haalde levert de universiteit veel punten op en verklaart het gehele verschil met de universitaire klassering van vorig jaar.

De TU Eindhoven dankt haar sprong van 437 naar 364 aan Wil van der Aalst, die met zijn publicaties over de architectuur van informatiesystemen tot de meest geciteerde wetenschappers ter wereld behoort. De punten die Van der Aalst hiermee scoort maken van Eindhoven zelfs de op twee na snelste stijger van de hele lijst – alleen twee Saoedische universiteiten stijgen harder.

De Universiteit Maastricht dankt haar klapper (van 337 naar 288) geheel aan de publicaties waarmee gedragspsycholoog Gerjo Kok in het afgelopen jaar voor het eerst een plaats bij de meest geciteerde wetenschappers van de wereld heeft verdiend.

De jaarlijkse ranglijst van Shanghai geeft een buitengewoon gewicht aan de absolute top van het academisch firmament. Hierdoor kan de vraag of een onderzoeker daarbij nét wel of nét niet meetelt voor grote verschillen in de score van een universiteit zorgen. De ranglijst wordt regelmatig bekritiseerd om dit elitaire en soms arbitraire karakter.

Net als voorgaande jaren zijn Utrecht (48) en Leiden (65) de enige Nederlandse universiteiten in de top 100. Zij schommelen al jaren rond dezelfde klassering. Door de terugkeer van de Universiteit van Tilburg bij de beste vijfhonderd komen alle Nederlandse universiteiten weer voor op de ranglijst. De Rijksuniversiteit Groningen komt op plaats 103 slechts een tiende punt tekort voor de top 100.

De Shanghai-ranking weegt verschillende deelcijfers. Universiteiten krijgen punten voor het aantal Nobelprijswinnaars dat aan hun instelling studeerde (10%), het aantal Nobelprijswinnaars dat er nu een aanstelling heeft (20%), het aantal meest geciteerde onderzoekers in een reeks onderzoeksvelden (20%), het aantal publicaties in Nature en Science (20%), het aantal artikelen in twee publicatiedatabanken (20%) en de wetenschappelijke productie per capita (10%). 

Samen met de lijstjes van QS en Times Higher Education hoort de Shanghai-ranking tot de meest invloedrijke universitaire ranglijsten ter wereld. In haar rapport Global University Rankings and Their Impact (juni 2011)  geeft de European University Association  een helder overzicht van de beperkingen van ranglijsten.