Organisatieperikelen buitenlandstages Hanzehogeschool
- 07-01-2010
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
Een oproep van het College van Bestuur van de Hanzehogeschool Groningen om "efficiënter en effectiever" te gaan werken, leidde er vorig jaar toe dat vier 'schools' plots de samenwerking met het Bureau Buitenlandstages opzegden, om te bezuinigen. Ze willen de stages in het vervolg zelf gaan coördineren. "Dat was niet de bedoeling, maar ze zijn daar vrij in", zegt Cor de Ruiter, lid van het College van Bestuur. Hij denkt dat de schools zich op de hoeveelheid werk verkijken. Maar hij denkt ook dat bezuinigen mogelijk is.
De vier schools van de Hanzehogeschool willen besparen door stages in de toekomst zelf te organiseren. Ook willen ze het netwerk van stagebureaus en bedrijven in het buitenland van het Bureau Buitenlandstages overnemen en zelf onderhouden. Een onaangename verassing voor het bureau. De dean van het instituut voor Facility Management, waar het Bureau Buitenlandstages onder valt, zegt bang te zijn dat het aantal buitenlandstages zal halveren door de bezuinigingspoging van de schools. In Hanzemag, het blad van de hogeschool, zegt hij het zonde te vinden als het netwerk van het bureau op deze manier wordt verkwanseld.
De schools zeggen in Hanzemag juist dat ze het coördineren van de stages net zo goed zelf kunnen doen. Ze vinden bemiddeling door het bureau duur, een stagebemiddeling kost ongeveer 700 euro per student. Ook vinden sommige schools het aantal stagelanden dat het bureau aanbiedt te beperkt. De Ruiter van het CvB wijst erop dat de schools die de samenwerking opzegden niet te licht moeten denken over het onderhouden van een netwerk. “Je kunt niet zomaar het adresboekje overnemen, het gaat om veel meer.”
Hij zegt dat de vier schools nu niet bij hem in het zwarte boek staan, maar hij wil zeker “vergelijken hoeveel buitenlandse stages er voor en na het opzeggen van de samenwerking waren”. Nu gaan er via het Bureau Buitenlandstages ongeveer 800 studenten per jaar naar het buitenland. Het bureau werkte samen met tien van de negentien schools, nu nog maar met zes.
Toen de schools de samenwerking opzegden was De Ruiter intern al bezig met een plan om het Bureau Buitenlandstages anders te organiseren. Hij wil van het bureau een basisvoorziening maken waarvan alle schools zonder extra kosten gebruik kunnen maken. Ze zouden dan een ‘pluspakket’ af kunnen nemen als ze extra hulp willen bij het regelen van buitenlandse stages.
Door deze centralisering zou bijvoorbeeld van twee dienstreizen naar hetzelfde land voor twee verschillende schools één reis kunnen worden gemaakt, denkt de Ruiter. Hij hoopt het bedrag van 700 euro omlaag te kunnen brengen. “Dat is gewoon een kwestie van efficiëntie”, zegt hij, “en hoeft helemaal niet tot een vermindering van de kwaliteit of het aantal stages te leiden”.
- 07-01-2010
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
