Info

Partnerships en netwerken stimuleren kwaliteitsbewaking

Share |

Samenwerkingsverbanden tussen universiteiten en internationale universiteitsnetwerken zijn goede instrumenten om meer zicht te krijgen op de kwaliteit van cross border opleidingen. Ook studenten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan kwaliteitsbewaking en transparantie van dit type onderwijs. Dat bleek op de conferentie die de Nederlandse tak van de UNESCO op 2 en 3 juli in Den Haag organiseerde.

Insteek van de conferentie was hoe de kwaliteitsbewaking van cross border opleidingen hoger op de agenda kan komen. Doordat universiteiten in toenemende mate opleidingen in het buitenland aanbieden en studenten steeds vaker een deel van hun studie over de grens volgen, wordt transparantie in het hoger onderwijs belangrijker. Maar het is ook lastig om dat wereldwijde studieaanbod goed in kaart te brengen. Samen met de OESO heeft de UNESCO daarom in 2005 de zogenaamde Guidelines for Quality Provision in Cross-Border Higher Education gelanceerd.

Tot nu toe is er volgens UNESCO Nederland nog niet genoeg gebeurd met deze richtlijnen. Doel van de conferentie was om te kijken hoe universiteiten, studenten en docenten meer betrokken kunnen worden bij dit proces. Daarnaast vormden wereldschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid een belangrijk thema omdat deze twee issues volgens UNESCO deel uitmaken van de kwaliteit van het onderwijs aan een instelling.

Unesco Tijdens de tweedaagse conferentie werden zo’n 25 aanbevelingen geformuleerd. Volgens de ongeveer zeventig deelnemers is samenwerking met andere universiteiten een belangrijke stap om meer transparantie te creëren. Instellingen moeten dan wel aan elkaar laten zien waar ze voor staan. Als ervaringsdeskundigen kunnen studenten een belangrijke bijdrage leveren aan kwaliteitsbewaking.

De 25 aanwezige internationale studenten onderschreven deze aanbeveling. Op de conferentie werd verder benadrukt dat het belangrijk is om van ‘onderop’ steun te mobiliseren voor de guidelines met behulp van studenten en internationale universiteitsnetwerken. In de kwaliteitsbewakingsprocedures zouden wereldburgerschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten worden opgenomen, evenals in de missie van instellingen.

Dirk van Damme, forumlid namens de OESO, benadrukte tijdens de forumdiscussie dat het hoger onderwijs veel meer werk moet maken van de kwaliteitsbewaking van cross border onderwijs. “Nationale instrumenten schieten daarvoor tekort. We missen de benodigde instrumenten.“ Volgens Van Dam komt het nu al voor dat bedrijven niet meer vertrouwen op uitgereikte graden en mensen zelf gaan testen. “Dat is riskant voor het hoger onderwijs.”

De OESO-functionaris stelde ook dat de richtlijnen gevoelig liggen omdat ze geen formele status hebben. “We moeten ons richten op de politieke kant van dit issue en inzetten op een legale status”, was zijn advies.
De Nederlandse aanbevelingen worden ingebracht in de World Conference on Higher Education die van 5 tot en met 8 juli in Parijs plaatsvindt. Thema van deze UNESCO-conferentie is ‘The New Dynamics of Higher Education’.