Info

Risico van kruisbestuiving bij Stenden

— gearchiveerd onder:
Share |

Hogeschool Stenden erkent dat de muur tussen privaat en publiek geld binnen de instelling te laag is geweest, zei staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs gisteren in de Tweede Kamer tijdens een spoeddebat.

Er was een “risico van kruisbestuiving” tussen publieke en private inkomsten, aldus Zijlstra, maar Stenden zal de geldstromen strikter gaan scheiden en bij twijfel voor het publieke deel van de balans kiezen.

Onlangs onderzocht de inspectie of de buitenlandse vestigingen van Hogeschool Stenden in Qatar, Bangkok, Bali en Zuid-Afrika, medegefinancierd werden met Nederlands publiek geld. Als studenten uit Nederland er tijdelijk studeerden kregen de vestigingen de volle bekostiging, terwijl de kosten voor personeel en faciliteiten daar vaak veel lager zijn. Op die manier bleef er mogelijk geld over voor onderwijs aan buitenlandse studenten, die Stenden minder collegegeld betaalden. Niet de bedoeling, vond de inspectie, en de Kamerleden beaamden dat gisteren.

Een paar dagen voor het spoeddebat hadden de fracties antwoord gekregen op hun vragen en opmerkingen, mede naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant waarin verschillende anonieme zegslieden, waaronder studenten en oud-docenten, kritiek uitten op de buitenlandactiviteiten van Stenden. Zo wilde de PVV weten of er Nederlands belastinggeld is aangewend om een privé-universiteit in Berlijn op te zetten. Maar volgens Zijlstra blijkt uit het inspectierapport dat daarvoor uitsluitend private middelen zijn aangewend. Op de vraag of het klopt dat Stenden de bijdrage van 560 euro per student voor het stagefonds niet verplicht had mogen stellen, antwoordde Zijlstra dat het hier gaat om een vrijwillige bijdrage. Vanwege de onduidelijkheden hierover heeft Stenden deze bijdrage inmiddels afgeschaft.    

Naar de kwaliteit van de opleidingen in het buitenland doet de inspectie nog onderzoek. Dat rapport zal eind 2011 worden opgeleverd.
Volgend jaar komt Zijlstra bovendien met een algemene maatregel van bestuur, waarin hij voorschrijft hoe onderwijsinstellingen een Nederlandse graad door een buitenlandse vestiging kunnen laten toekennen. Er wordt nog nagedacht over de precieze vorm, want de staatssecretaris wil “voorkomen dat instellingen daarmee te veel gestimuleerd worden om allerlei buitenlandse avonturen aan te gaan”.

Een buitenlandse vestiging moet een separate tak van een hogeschool of universiteit zijn, benadrukte hij. “Dan is het ondernemerschap en is het prima.”

Marie-Louise Schonewille (HOP)/EH