Info

Terecht geen studiebeurs voor Duitse studente

— gearchiveerd onder:
Share |

Nederland mag als voorwaarde voor het verstrekken van een studiebeurs stellen dat een EU-student hier minimaal vijf jaar achter elkaar heeft gewoond. Dat heeft het Europese Hof van Justitie gisteren bepaald.

Aanleiding voor de uitspraak was de zaak van de Duitse Jacqueline Förster, die van 2000 tot en met 2004 aan de Hogeschool van Amsterdam studeerde. Zij moest van de IB-Groep een deel van haar studiefinanciering terugbetalen. Zij kon daar alleen aanspraak op maken over de periode waarin zij naast haar studie werkte, omdat zij als werknemer dezelfde rechten had als Nederlanders. Förster voldeed niet aan de voorwaarde van vijf jaar aaneengesloten verblijf in Nederland, om als EU-student in aanmerking te komen voor studiefinanciering.

De Duitse stapte naar de rechter, die de IB-Groep in het gelijk stelde. Vervolgens ging Förster in hoger beroep, met als argument dat zij al genoeg geïntegreerd was in de Nederlandse samenleving toen zij in 2003 niet werkte naast haar studie. Op basis daarvan zou zij recht hebben op een beurs. De Centrale Raad van Beroep schakelde het Europese Hof in om duidelijkheid te krijgen over de betreffende regelgeving.

Volgens het Hof mogen lidstaten voorwaarden stellen, om te voorkomen dat het verstrekken van beurzen aan studenten uit andere EU-landen een onredelijke last wordt. Een zekere mate van integratie kan zo’n voorwaarde zijn, en die kan worden gegarandeerd door een bepaalde verblijfsduur – in dit geval vijf jaar.

 Zie ook het arrest.