Universiteiten: Onderwijs in het buitenland onder eigen naam
- 11-03-2009
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
De constructie die minister Plasterk voorstelt voor universiteiten en hogescholen die geaccrediteerde opleidingen willen aanbieden in het buitenland, is onnodig ingewikkeld. Dat stelt de Vereniging van Universiteiten (VSNU) in een reactie op de wetswijzigingen WHW.
Om te voorkomen dat Nederlandse instellingen publiek geld gebruiken voor onderwijs in het buitenland, moeten ze daarvoor een aparte private rechtspersoon oprichten. Dat schept verwarring, denkt de VSNU. Op het diploma komt zo een andere naam te staan dan die van de ‘moederinstelling’, terwijl zowel de buitenlandse studenten als overheden en onderwijsinstellingen daar juist om zullen vragen. Bovendien brengt deze constructie veel werk met zich mee, omdat aparte accreditatie nodig is.
Een ander kritiekpunt van de universiteiten is het ontbreken van de mogelijkheid om de duur van ‘gewone’ masters te verlengen tot anderhalf of twee jaar. De wetswijziging biedt die mogelijkheid wel voor masters bij een joint degree, in samenwerking met een buitenlandse instelling. Dat geeft studenten de tijd om een periode in het buitenland te studeren en versterkt de internationale positie van de universiteit, vindt de VSNU. Maar het blijven beperken van de duur voor andere masters tot een jaar, speelt de universiteiten parten in de concurrentie om de beste internationale studenten en de erkenning van Nederlandse masteropleidingen in het buitenland.
Overigens staat de VSNU in grote lijnen positief tegenover de wetswijzigingen. Zij hoopt dat onderdelen daarvan, zoals de joint degrees waar de universiteiten al jaren op zitten te wachten, al in september kunnen worden ingevoerd.
- 11-03-2009
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
