Info

Veerman: "grens tussen hogeschool en universiteit vervaagt"

Share |

Op de vraag of het Nederlandse systeem van hoger onderwijs toekomstbestendig is, antwoordt de commissie Veerman hartgrondig ‘nee’. Onderwijsinstellingen moeten zich veel meer van elkaar gaan onderscheiden. Dat de grenzen tussen hogescholen en universiteiten daarbij vervagen acht de commissie aannemelijk. En hoewel Veerman voorstander blijft van de binaire scheiding, "moet het onderscheid tussen hogescholen en universiteiten niet via de titulatuur worden gewaarborgd".

“We hakken deze gordiaanse knoop met een glimlach door”, zei Veerman vandaag tijdens de presentatie van het rapport over de slepende titulatuurkwestie. Wat hem betreft mogen ook hogescholen straks de toevoegingen of arts en of sciences aan de bachelor-en mastertitel vastplakken. Staatssecretaris Van Bijsterveldt wees hem er meteen op dat het de regering is die hier uiteindelijk over beslist. Ze noemde het rapport “inhoudelijk heel stevig en van grote betekenis voor de toekomst van het hoger onderwijs.”

Aanleiding voor oud-minister Plasterk om november vorig jaar deze commissie onder leiding van Cees Veerman in te stellen, waren signalen dat het Nederlandse hogeronderwijsstelsel tegen zijn grenzen aanloopt. De commissie ziet vooral dat het stelsel te weinig flexibel is om de “gevarieerde vraag van studenten en de arbeidsmarkt goed te bedienen.” Universiteiten en hogescholen moeten zich profileren door scherpe keuzes te maken over welk type instelling ze willen zijn, staat in het rapport.

Instellingen hoeven niet allemaal hetzelfde te doen, zei Veerman vandaag. Niet alle universiteiten hoeven zich bijvoorbeeld op hetzelfde type economisch onderzoek en onderwijs te richten. En ook in opleidingsvormen moet meer variëteit komen. De commissie zou graag meer brede bachelors zien, zoals de university colleges, en zet in op de tweejarige associate degree. In Amerika zijn de brede bachelor en de associate degree gemeengoed.

Om het niveau van hogescholen omhoog te brengen, zouden ook hbo’s masteropleidingen moeten aanbieden. Die bekostigt de overheid nu nog niet. Ook kan de commissie zich voorstellen dat hogescholen het promotierecht zouden verwerven. Hogescholen en universiteiten zullen zich dan niet meer op de verschillen ‘academisch’ en ‘beroepsgericht’ kunnen beroepen, maar moeten zich op andere manieren van elkaar onderscheiden.

De VSNU, de HBO-Raad en de studentenbonden willen naar aanleiding van dit rapport samen tot een convenant komen dat tijdens de formatie van het nieuwe kabinet dit jaar leidend moet zijn. De partijen gaan dus snel met elkaar om tafel. Een heet hangijzer aan die tafel blijft de titulatuur. Voorzitter van de HBO-raad Doekle Terpstra noemt het rapport en het vonnis in de titulatuurkwestie “een stevige erkenning van onze agenda”. Sijbolt Noorda van de VSNU is voorzichtiger, en zegt dat de universiteitenvereniging er “geen probleem mee heeft” als hogescholen vergelijkbare titulatuur gebruiken mits het hogescholen zijn “die zich duidelijk profileren”.

Veerman waarschuwt voor bezuinigingen op onderwijs. “Nederland wil tot de top vijf van de kenniseconomieën van de wereld behoren, en wil dat 50 procent van de beroepsbevolking hoger opgeleid is. Die doelen zullen niet behaald worden als niet flink geïnvesteerd wordt in onderwijs en onderzoek.