Info

Verdeeldheid over nut landelijke 'conversietabel'

Share |

Het is belangrijk dat voor het buitenland duidelijk wordt wat Nederlandse cijfers waard zijn. Daarover leken alle aanwezigen gisteren op het seminar Tien voor transparantie het eens te zijn. Over het nut van een landelijke 'conversietabel' zijn de meningen echter verdeeld.

De Roemeen die aan zijn docent vraagt hoe hij van zijn 8,5 een 10 kan maken, omdat hij die nodig heeft voor zijn beurs. De universiteit van Leeds die een vwo-diploma met louter tienen eist voor toelating. Het zijn enkele voorbeelden die aantonen dat er behoefte bestaat aan meer duidelijkheid over Nederlandse cijfers. Die zou er kunnen komen door landelijke tabellen met percentages op te stellen, zo suggereerde een werkgroep die begin dit jaar werd ingesteld door het Rectorencollege.

In het najaar wordt besloten of het haalbaar is dat instellingen aangeven hoe vaak zij bepaalde cijfers uitdelen en op basis daarvan een landelijk gemiddelde van cijferpercentages wordt vastgesteld. Uiteindelijk zou een overzicht daarvan een standaard onderdeel van het diploma supplement moeten worden, bijvoorbeeld: 0,5 procent haalt een 10, 2,5 procent een 9, etcetera. Daaruit blijkt dat de hoogste cijfers in Nederland uitzonderlijk zijn.

Kortzichtig vindt Bologna-expert Robert Wagenaar het plan voor landelijke gemiddelden, waaraan ook de HBO-raad wil meedoen. “Dit heeft grote consequenties en brengt enorme risico’s met zich mee”, zei hij gisteren. “Alle opleidingen cijferen verschillend. Het hoge abstractieniveau doet geen recht aan de individuele prestatie. En een landelijk gemiddelde heeft volstrekt geen waarde, we weten al lang dat er in Nederland weinig negens en tienen worden gegeven.”

Een landelijk gemiddelde is inderdaad niet erg zuiver, erkende onderwijsvergelijker Robert Warmenhoven van de Nuffic. “Maar studenten en instellingen vragen er om, zij willen weten wat hun cijfers waard zijn in het buitenland.” Werkgroeplid Hans-Georg van Liempd, hoofd international office van de Universiteit van Tilburg, nuanceerde het plan: er wordt gekeken naar de haalbaarheid van landelijke percentages per HOOP-sector, dus voor vergelijkbare opleidingen.

De Nederlandse Bologna-experts presenteerden gisteren ook de vorig jaar verschenen herziene ECTS Users' Guide. Die bevat een grading table, waarmee instellingen kunnen aangeven hoe de prestaties van een student zich verhouden tot die van anderen. Bologna-expert  Fred Jonker legde uit hoe Wageningen University de nieuwe grading table aan het toepassen is. De instelling stelt de cijferpercentages per opleiding vast. Die worden toegevoegd aan het diplomasupplement. “Als de grading table zinvol blijkt, gaan we er aan trekken om die in de wet te krijgen”, beloofde Robert Wagenaar. “Dat is bij het diploma supplement ook gelukt.”