Info

Vonnis 'short stay' zorgt voor veel onduidelijkheid

Share |

Hogeronderwijsinstellingen en studentenhuisvesters zijn verdeeld over de gevolgen van het vonnis van de kantonrechter in de zaak Motazacker, dat voor meerdere interpretaties vatbaar is. De ene groep reageert nuchter en denkt dat buitenlandse studenten via short stay kunnen blijven huisvesten. De andere groep overweegt drastische maatregelen.

De short stay huisvesting van buitenlanders kwam dit jaar op losse schroeven te staan door een vonnis van de kantonrechter in de rechtzaak van de Iraanse promovendus Mohammad Mahdi Motazacker tegen studentenhuisvester DUWO. De rechter concludeerde dat Motazacker recht heeft op huurbescherming en niet onder de tijdelijke huur valt.

Dat lijkt vergaande gevolgen te hebben. Studenten en promovendi krijgen van veel instellingen kamergaranties en onderdak in de short stay huisvesting voor een jaar. In dat contract zit een clausule dat de student de kamer na die tijd moet verlaten, zodat deze weer beschikbaar wordt voor nieuwe buitenlandse studenten. Dat systeem staat nu op de helling. Een aantal universiteiten en huisvesters menen dat de uitspraak studenten en promovendi de mogelijkheid geeft langer dan een jaar in hun woning verblijven.

Zij vinden een nieuw contract speciaal voor internationale studenten noodzakelijk. Daarin moet vastliggen dat buitenlandse studenten na afloop van hun contract direct hun kamer verlaten, zodat deze weer beschikbaar wordt voor nieuwe internationale studenten. Maar het wettelijk vastleggen van een dergelijk contract kan wel twee jaar duren. “Alle huisvesters zijn voor een nieuw campuscontract”, weet directeur Vincent Buitenhuis van Kenniscentrum Studentenhuisvesting (Kences). “Maar niet allen vinden dit nu noodzakelijk.

Veel huisvesters denken dat ze nog uit de voeten kunnen met de huidige contracten ‘naar aard van korte duur’, omdat studenten zeer waarschijnlijk niet en masse in hun kamer blijven zitten na de contractsduur. Hun visum is dan vaak ook verlopen.” Kences hield donderdag elf december een overleg met zes studentenhuisvesters om meer duidelijkheid te creëren. In januari en februari volgen nieuwe bijeenkomsten.

Buitenhuis wijst erop dat Motazacker als promovendus een arbeidscontract had en dat zijn zaak daardoor geen gevolgen hoeft te hebben voor studentenhuisvesting van uitwisselings-en masterstudenten. Zij komen voor een korte periode naar Nederland en daar is de short stay huisvesting voor bedoeld. Voor promovendi lijken de gevolgen wel groot, omdat zij een arbeidscontract hebben. Omdat bachelorstudenten voor een vier jarige opleiding naar Nederland komen, willen huisvesters ze ook niet langer onder de short stay onderbrengen. Buitenhuis: ‘Voor hen is de huidige contractvorm waarschijnlijk niet houdbaar, omdat feitelijk geen sprake is van een kort verblijf’.

De TU Delft en de Universiteit van Amsterdam overwegen drastische maatregelen. Zij willen geen buitenlandse studenten, die langer dan twee jaar in Nederland blijven, onderbrengen in de short stay. Beide universiteiten hebben te maken met DUWO, de huisvester waar Motazacker een zaak tegen aanspande.

Robert Visscher