Info

Wrevel over rolverdeling binnen Gedragscode

— gearchiveerd onder:

De Gedragscode Internationale Student voldoet aan de verwachtingen. De tijdrovende toelatingsprocedures zijn aanmerkelijk verkort en de code draagt bij aan een positief imago van het Nederlandse hoger onderwijs. Maar de rolverdeling tussen de partijen die bij de gedragscode zijn betrokken, is een heikel punt. Dat blijkt uit een vandaag verschenen evaluatie.

Na een aantal wanpraktijken met buitenlandse studenten, werd in 2006 de gedragscode ingevoerd met het oogmerk de werving, informatie en het onderwijs aan internationale studenten in goede banen te leiden. De instellingen en overheidsinstanties die voor de evaluatie werden ondervraagd, zijn op hoofdlijnen tevreden. De doelstelling om internationale studenten goed te informeren en goed onderwijs te bieden is volgens vrijwel iedereen geslaagd.

Een lastig punt is echter de rolverdeling tussen de onderwijsinstellingen, koepels en betrokken overheidsinstanties. De gedragcode is een instrument van zelfregulering. Dat betekent dat de instellingen er zelf verantwoordelijk voor zijn dat ze hun zaken op dit gebied in orde hebben. Maar de koepels zijn van mening dat er te veel inmenging van de overheid is. Vooral van de IND, maar ook van de onderwijsinspectie en het ministerie van OCW.  Zo zou de IND buiten de code om handelen door soms zelf onderzoek te doen naar het taalniveau van studenten.

Volgens de koepels probeert de overheid via de gedragscode steeds de grenzen te verschuiven en aanvullende eisen te stellen, bijvoorbeeld op het punt van accreditatie en taalbeheersing. Ook de plicht om buitenlandse studenten af te melden als zij niet meer studeren, is onderwerp van discussie. De koepels vinden dat de afmeldplicht eigenlijk niet in de code thuishoort. 
Een belangrijke aanbeveling uit het evaluatierapport is dan ook dat de verantwoordelijkheden van het onderwijsveld en de overheid scherper moeten worden afgebakend.   

Lees de evaluatie Gedragscode Internationale Student hier.