Europarlementariër wil meer onderzoeksgeld voor Oost-Europa
- 25-11-2011
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
“Europese onderzoeksgelden worden niet eerlijk verdeeld.” Dat verklaarde CDA-Europarlementariër Lambert van Nistelrooij gisteren tijdens een debat over het Nederlands en Europees onderzoeks- en innovatiebeleid, georganiseerd door de Adviesraad Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT).
“Van alle researchgelden komt 90 procent terecht in de ‘traditionele’ rijke lidstaten”, legt Van Nistelrooij uit. “Dat leidt tot spanningen, want nieuwere lidstaten voelen zich miskend. Dit is niet aanvaarbaar en dat moet veranderen.
”Het Europees comité voor Onderzoek, Technologie en Energie, waar Van Nistelrooij lid van is, pleit ervoor dat er vanaf 2014 extra structuurfondsen richting Oost-Europese instellingen gaan. Over de hoogte van het bedrag liet van Nistelrooy zich niet uit. Wel benadrukte hij dat het om basisfaciliteiten gaat zoals het opbouwen van researchlabs. “We moeten ook deze landen gerichter in staat stellen de stairway to excellence te verwezenlijken”.
Het verminderen van sociale en economische verschillen binnen Europa blijft volgens Van Nistelrooij een belangrijke taak voor het Europees Parlement. De focus op Oost-Europa komt echter niet alleen voort uit solidariteit. Van Nistelrooij stelt dat er op korte termijn veel te winnen is in de regio. "Het biedt ook werkgelegenheid aan onze kennisinstellingen. Zij kunnen er verschillende programma’s opzetten.”
Daarnaast kunnen Nederlandse universiteiten ook leren van hun Oost-Europese collega’s. Van Nistelrooij vindt dat er nog wel eens laatdunkend gedaan wordt over het niveau van het Oost-Europees onderzoek. “Ik heb in Polen bijvoorbeeld gezien hoe ze kleine vliegtuigen ontwikkelen, dat gaat crescendo. Je ziet wel dat er nu nog verschillen zijn, maar dat is op te heffen als de ‘oude’ lidstaten ze de kans geven.”
Om samenwerking te bevorderen wil Van Nistelrooij de West-Europese instellingen belonen. “Universiteiten die in hun onderzoek samen gaan werken met bijvoorbeeld Roemeense instellingen, kunnen dan bovenop hun research grant rekenen op een additionele 5 procent.” Bang dat Nederlandse instellingen dit aan zich voorbij zullen laten gaan, is hij niet. “Als zij het niet doen, dan doen ze het in Frankrijk wel. Dan zien de Nederlandse universiteiten later wat ze gemist hebben.”
- 25-11-2011
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
