Info

Een heel continent door de mangel

— gearchiveerd onder:
Share |

Onlangs verscheen er in 'The Economist' een artikel over de kwaliteit van universiteiten in Latijns Amerika. De ondertitel van het stuk was “waren er maar meer instellingen als de Universiteit van São Paulo”.

Het algemene oordeel over de kwaliteit was vernietigend. De research output is laag, de onderwijsmethoden verouderd, de curricula ouderwets. Veel docenten werken parttime zonder gepromoveerd te zijn en hebben een aanstelling voor het leven. Er is een enorme uitval van studenten en er zijn geen stimulansen om de kwaliteit van onderwijs te verbeteren.

Hoe hierop te reageren? Hoe om te gaan met kritiek die een heel continent beslaat, van Chili, via Brazilië, Peru en Costa Rica tot aan Mexico? Laat ik er dit over zeggen.
De onderwijsmethoden zijn niet echt 'avant-garde'. Gebruik van multimedia is zeldzaam en zelfs Powerpoint is nog verre van ingeburgerd. Inter- of transdisciplinaire opleidingen zijn er op de vingers van één hand te tellen en inderdaad zijn veel docenten niet gepromoveerd. Maar dan.

Onlangs was ik op het congres van de Europese Sociologische Vereniging in Genève en tot mijn verbazing bestonden heel veel bijdragen uit voorgelezen teksten of monologen zonder enige visuele ondersteuning. Niks geen Powerpoint. In Frankrijk en Duitsland, om eens twee landen te noemen, kom je dat nog regelmatig tegen. En wat betreft de inter- of transdisciplinariteit. Is die nu gemeengoed op de universiteiten? We praten er veel over, maar doen we het ook?

Dan het gepromoveerd zijn. De situatie in Mexico is nu zoals die in Nederland was in de jaren tachtig en negentig. Veel Nederlandse docenten waren toen drs. en een beleid werd ingezet om alleen nog gepromoveerden aan te stellen. Mexicaanse universiteiten als de UNAM of de UAM gaan nu door die fase. Waar je op de UAM 10 jaar geleden nog docent kon worden met een masteropleiding kan je er nu pas na jaren profesor asociado worden mits je gepromoveerd bent. De veranderingen gaan snel.

Mexico heeft een 'Nationaal Systeem van Onderzoekers' (het zogenaamde S.N.I.) waar je in opgenomen kunt worden als je minimaal gepromoveerd bent en bovendien regelmatig publiceert. Dat S.N.I is waar het in Mexico om draait. De overheid erkent hier bij voorbeeld alleen nog masteropleidingen als minimaal 40 procent van het docentencorps opgenomen is in dit S.N.I. Er zijn dus wel degelijk mechanismen om de kwaliteit te verbeteren.

Het artikel geeft dan ook aan dat Mexico tot de betere landen behoort. Van de 200 beste universiteiten komen er 65 uit Brazilië en 35 uit Mexico. De andere 105 komen uit de rest van het continent met Argentinië en Chili als koplopers. Helaas maakt het artikel in de beschrijving van de rankings een foutje. Het stelt dat er maar één universiteit uit Latijns Amerika bij de top 200 van de wereld behoort: de Universiteit van São Paulo. Maar de nationale universiteit van Mexico, de UNAM, heeft heel wat jaartjes meegedraaid in de top van een aantal rankings, ook al is die universiteit recent in positie gezakt.

Is het dan allemaal koek en ei met de kwaliteit? Zeker niet, er is veel te verbeteren. Landen als Brazilië en Mexico werken daaraan, waarbij men twee obstakels ontmoet. Ten eerste natuurlijk geld en ten tweede een grote weerstand vanuit de universitaire wereld zelf. Want, zo luidt de kritiek: “Is het echt nodig om onderdeel te worden van het wereldwijde systeem van 'publish or perish' in het onderzoek en van 'competenties' in het onderwijs?" Deels is de kritiek ingegeven door conservatisme en angst maar deels ook heeft men een punt.  De Universiteit van São Paulo is met haar goede ranking niet automatisch een model voor Latijns-Amerika. Kwaliteit ja, maar met behoud van diversiteit alstublieft.