Info

Zomersneeuw

Share |

De zomer in Moskou is begonnen. Hoera! De groene parken geuren weer naar geroosterde schaschliks. Op straten en pleinen flaneren Russinnen met nóg kortere rokjes dan vorig jaar voor mogelijk werd gehouden. En... het sneeuwt!

Ho, wacht eens even, hoor ik u nu denken. Sneeuw? In de zomer? Is het in juni echt zo koud in de Russische hoofdstad? Nee, helemaal niet. Integendeel. De donkere winterdagen zijn gelukkig ver weg. Tijdens de zomermaanden kan het kwik in Moskou met gemak tot in de dertig graden stijgen.

Toch dwarrelen er overal witte vlokken door de straten, boulevards en binnenplaatsen. Ze komen in je ogen, neus en oren. Kleven aan je haar of kostuum. Landen op je capucchino of midden in je lekkere citroensorbet. Dringen je auto binnen of je huis via een openstaand keukenraam. Dit tot groot vermaak van onze poes die al dagen in een jagersbui verkeert.

De zomerse ‘sneeuwvlokken’ zijn een jaarlijks terugkerend fenomeen in Moskou. Alsof Vrouw Holle boven het Rode Plein elke minuut het verendons uit de kussens schudt. De vlokken zijn afkomstig van de vrouwelijke populieren die de hoofdstad sieren. De juni-wind laat hun zaad in donzige pluizen met enorme hoeveelheden door de lucht dansen. Misschien zijn ze nog het beste vergelijkbaar met de witte vruchtpluisjes van de paardenbloemen in Nederland.

Populieren in Moskou

Moskou telt een ongelooflijke hoeveelheid populieren binnen zijn stadsgrenzen, naar schatting 400.000 stuks. Waarvan een groot deel dus behoort tot het vrouwelijk geslacht. Ik heb me altijd al afgevraagd hoe je kunt zien of een boom een mannetje of een vrouwtje is. Bij populieren weet ik het nu: aan het witte gepluis.

Deze natuurlijke ‘rampspoed’ zoals sommige Moskovieten de zomersneeuw noemen, vindt haar wortels in de Stalintijd. Het stadscentrum moest groener worden, zo besloot de leider van de Sovjet Unie, om alle nieuwbouw wat op te fleuren. De populier bleek een makkelijk groeiende boom, die zich bovendien razendsnel wist voort te planten.

Toen Moskou in de jaren ’60 onder Chroesjtsjov (van die schoen) groeide en groeide (van 3,6 naar 6,6 miljoen inwoners), kozen de stadsplantsoenendiensten ook voor de populaire populier. Goed voor het groene gezicht van de stad, dacht men. Goed voor extra zuurstof. Goed voor schaduw in de zomerse hitte. Aan de witte dons, in het Russisch poeg genoemd, was niet gedacht.

Er is van alles al geprobeerd om de donsplaag, ook wel Stalins sperma genoemd, een halt toe te roepen. Snoeien bijvoorbeeld, dan houden de populieren vijf jaar lang hun zaad binnen. Maar waar begin je met 400.000 populieren? Omhakken en vervangen dan maar? Daarover verschillen de meningen. Een Russische dendroloog, blijkbaar een fan van populieren: ‘Als uw kinderen ziek zijn, gaat u dan ook op zoek naar nieuwe?’

Charles Hoedt