Info

Een 'lekkere roode appel' in Japan

— gearchiveerd onder:
Share |

Om even de boel de boel te laten, ben ik voor een weekje naar Japan uitgeweken. Voor vakantie. En ja, ik heb weer gemerkt dat je gezicht eigenlijk je paspoort is. Bij de douane bleef de Japanse beambte in het Koreaans praten terwijl ik net mijn Nederlandse paspoort had overhandigd.

Ik heb altijd een dubbel gevoel gehad over Japan. Al lang geleden leerde ik over de bezetting van Korea door de Japanners van 1910 tot 1945. En dat was niet mis. Kort gezegd, de identiteit van de Koreaan werd uitgewist. Het was verboden om Koreaans te spreken op scholen en iedereen moest Japanse namen aannemen. De gevolgen van de Japanse agressie in Azië, zijn tot vandaag de dag nog steeds merkbaar. Op een steenworp afstand van ons kantoor, kan je elke woensdag een groepje omaatjes vinden, die demonstreren voor de Japanse ambassade. Het zijn de ‘troostmeisjes’ die geronseld zijn voor prostitutie in de comfort stations, toen ze tieners waren. Zij eisen nog altijd een officieel excuus van de Japanse overheid.

En tegelijk zijn de Koreanen en Japanners gek van elkaars cultuur. Koreaanse popzangers en drama’s zijn razendpopulair in Japan. Busladingen vol Japanse huisvrouwen komen de plekken opzoeken waar de Koreaanse dramaserie ‘winter sonata’ is opgenomen. De Koreaanse jeugd kan maar niet genoeg krijgen van de Japanse manga, stripverhalen en de animatie films.

In het vliegtuig kom ik naast een studente te zitten van Sung Kyun Kwan University. Toevallig staat er een afspraak gepland met SKKU na mijn vakantie. De studente spreekt vloeiend Engels. Ze had het erover dat de British Council een opdracht had uitgeschreven voor studenten om met ideeen te komen voor energiebesparing. De beste ideeën kregen een geldprijs. Oh, wat een hot onderwerp dacht ik, en wat een geweldige manier om studenten aan je te binden.

Eenmaal geland in Tokyo kwam ik er natuurlijk al gauw achter, dat De Japanner niet bestaat. Hij is net zoals jij en ik. Hoewel ik echt vastbesloten was het werk even achter mij te laten, bevond ik mij alweer in een gesprek met een Taiwanese student die architectuur in Nederland wilde studeren. Ik ben aan het counselen geslagen terwijl wij in een rij staan voor een populair restaurant in Tokyo. Ik voel mij onmiddellijk thuis in Japan. Want je kan er overal fietsen! Wat mis ik mijn fietsje in Seoul. Seoul is niet alleen heel heuvelachtig, maar ook levensgevaarlijk om te fietsen. Ik voelde mij de koning te rijk op mijn fiets in een vroeg voorjaarszonnetje. Op weg naar het golden pavilion (Kinkakuji temple) ten westen van Kyoto. Wat een heerlijkheid!

Een paar dagen later, kom ik in een park een Nederlandse uitwisselingsstudent tegen. Het internationaal onderwijs is overal, dacht ik bij mijzelf, geen ontkomen aan! Aan het park ligt het Tokyo National Museum. Er is een overzichttentoonstelling van de man op de Japanse biljet: Yukichi Fukuzawa. Hij wordt beschouwd als een groot intellectueel en een van de grondleggers van het moderne Japan. En drie keer raden: Hij was onderricht in Dutch studies! Als eerste Japanner leerde hij Nederlands als vreemde taal.

Fukuzawa Yukichi

In een glazen vitrine in het museum ligt zijn schrift waarmee hij Nederlands leerde: ‘Een lekkere roode appel’, is te lezen in een prachtig krul handschrift. Hij richtte op 23-jarige leeftijd de Dutch school op die later uitgroeide tot een van de meest prestigieuze universiteiten van Japan; Keio University. Moeten we toch niet een Neso oprichten in Japan, schiet het even door mijn hoofd, als ik naar de uitgang van het museum loop.

Eun-mi Postma