Wel eens gestikt in een inktvis?
- 12-01-2009
- geef reactie
Eten in Korea is een avontuurlijke onderneming en dat merk ik elke dag. Je kunt kiezen uit talloze restaurantjes die allemaal hun eigen specialiteit hebben. Rond 12 uur is dan ook standaard de vraag, waar gaan we heen voor lunch?
Je kunt kiezen tussen de traditionele bimbimbab, een rijstschotel met vers gestoomde groente of kalkuksoo, met de hand gemaakte pasta in een schelpensoep, of als je stevige trek hebt, dan is geroosterd kalbi vlees in zoete soja saus een goede optie. Koreanen eten minstens twee keer per dag warm. Dat betekent dat je na twaalf uur ook niemand meer kan bereiken. Rond lunchtijd stromen de kantoorgebouwen leeg en worden de straten gevuld met ontspannen geklets van kantoormensen. Sommige restaurants zijn zo populair dat er rijen buiten het restaurant staan, zelfs in de winter.
Een ding staat altijd op tafel bij de Koreaan en dat is kimchi. Een Koreaan is geen Koreaan als hij geen kimchi lust. Elk huis heeft zijn eigen kimchi recept en de moeders geven hun recept niet snel prijs aan een ander. Het is in ieder geval gemaakt van gefermenteerde kool met heel veel rode pepers en knoflook, maar vraag mij niet wat er verder nog in zit. Kimchi is zo verbonden met het gevoel van ‘thuis’ dat elke Koreaan in het buitenland direct op zoek gaat naar zijn dichtsbijzijnde kimchi verkooppunt. De meeste buitenlanders in Korea hebben in het begin moeite met kimchi en vinden het veel te heet, maar na een paar pogingen zijn zijn zij net zo als ik ‘kimchi-addicted’.

Ik kan mij nog goed herinneren dat tijdens de Sars periode berichten in de krant verscheen waarin werd beweerd dat kimchi jou beschermde tegen Sars. Hoe meer kimchi je at, hoe minder bevattelijk je was voor de SARS-virus. Er zijn nog steeds Koreanen te vinden die medicinale krachten toekennen aan kimchi.
Langs de kant van de weg of in de buurt van universiteiten, vind je vaak geroosterde zijderupsen, ‘pontaeki’ genoemd. In een kartonnen bekertje kan je warme, geroosterde rupsen krijgen die zeer smakelijk zijn. Kinderen en studenten eten het als een tussendoortje. Aangezien ik het ook als kind heb gegeten, komen de smaak en geur mij zeer bekend voor.
Alleen de superverse inktvis die levend in mootjes wordt gehakt en in een rode saus op tafel wordt gezet, waarbij de tentakels nog volop kronkelen, kan toch echt niet mijn eetlust opwekken. Met mijn clubgenoten van Sunmudo – een Koreaanse vechtsport – eindigen we na training vaak in een visrestaurant. Mijn tafelgenoten kijken mij dan onbegrijpelijk aan en pakken behendig met hun eetstokjes de tentakels die al van het bord gekropen waren van tafel en stoppen het smakelijk in hun mond. Hoe vaak ik het ook heb gezien, het went nooit. Nog altijd sterven een paar mensen per jaar, nadat een inktvis met een zuignapje zich aan de binnenkant van de keel had vastgezogen en in zijn laatste doodsstrijd niet losliet, totdat de inktvisliefhebber was gestikt. Eten in Korea kan zeker avontuurlijk zijn.
Juist met kerst krijg ik altijd hele simpele ideeën over eten. Zo bedacht ik om op kerstavond mijn Koreaanse vrienden kennis te laten maken met hutspot. Helaas geen rookworst te vinden hier in de schappen, dus deze werd met net zoveel gemak vervangen door hamburgers. Het was misschien niet het originele concept, maar een doorslaand succes. Opeens zag ik een plaatje voor me van allemaal internationale studenten in een studentenhuis die op deze manier vrienden maken in hun nieuwe studentenstad: hun nationale gerecht op tafel zetten. Hutspot is misschien minder avontuurlijk dan kronkelende inktvissen, maar wel zo gezellig!
Eun-mi Postma
- 12-01-2009
- geef reactie
