Deel 4: Mijn toekomst in NL
- 09-12-2010
- geef reactie
De Nederlandse kenniseconomie heeft buitenlands talent hard nodig. Transfer volgt gedurende een half jaar drie buitenlandse studenten die met een Huygens beurs naar Nederland kwamen. Ze vertellen openhartig over hun ervaringen in Nederland, over hun studietijd en over hun zoektocht naar een baan. Hoe vergaat het ze tijdens deze periode, en blijven ze uiteindelijk in Nederland? Deel 4: slot.
Madeleine Borthwick uit Australië
Madeleine is net verhuisd, en woont nu samen met haar Nederlandse vriend. Ze zit gebakken, met een mooi huis en een goede baan. En toch blijft er een donkere wolk boven haar hoofd hangen, nu het moment van het aflopen van haar zoekjaarvisum in maart dichterbij komt. “Reëel gezien is de kans groot dat ik kan blijven”, zegt ze, “maar omdat er weinig informatie is over het zoekjaar, vind ik het toch een onzeker proces”. Om haar zoekjaarvisum te mogen omzetten naar een kennismigrantenvisum moet haar bedrijf aangemeld zijn voor de kennismigrantenprocedure bij de IND en moet ze minstens 25.800 euro bruto op jaarbasis verdienen. “Dat salaris is het probleem niet”, zegt Madeleine, “al vraag ik me af hoe ze dat gaan controleren. Maar belangrijker: het is me niet duidelijk op basis van welke criteria werkgevers tot die regeling toegelaten worden. Dus ik weet ook niet of zo’n aanvraag zomaar afgewezen kan worden.”
Madeleine wil graag in Nederland blijven de komende jaren. Ze spreekt al goed Nederlands en omdat ze Nederlandse collega’s heeft leert ze snel bij. Maar terugkijkend op de overgang van haar studie naar de positie waarin ze nu zit had ze heel graag wat meer hulp gehad. “Het moeilijkste vond ik, dat ik alles zelf uit moest zoeken. Nederlanders zeggen wel dat ze graag willen dat buitenlandse hoogopgeleiden in het land blijven, maar ze handelen er niet naar.” Zo zou Madeleine het een goed idee vinden als Huygens-bursalen een informatiepakket konden opvragen, een paar maanden voordat ze afstuderen. Daar zou dan onder meer Engelstalige informatie over het zoekjaar in moeten zitten. En bijvoorbeeld sollicitatietips voor buitenlanders. “Ik zou ook best wat terug willen doen voor de beurs die ik van Nederland hebt gekregen”, zegt Madeleine. “Ik zou studenten die ook in Nederland willen blijven bijvoorbeeld kunnen vertellen over mijn ervaringen.”
Maria Neicu uit Roemenië
Ze is net terug van een kort bezoek aan haar ouders in Roemenië, verblijft de komende weken nog even in Amsterdam en vertrekt dan alweer naar Engeland voor het tweede gedeelte van haar Erasmus Mundus master aan de Universiteit van Warwick. Het moge duidelijk zijn dat Maria niet vaak stilzit. Dat blijkt ook uit het initiatief dat ze heeft genomen om haar studie te kunnen bekostigen. Nederland hanteert als enige land in Europa nog de regel dat Roemenen een werkvergunning nodig hebben om hier aan de slag te gaan. De regels daaromtrent zijn strenger dan voor niet-EU studenten. Maar Maria heeft toch een manier gevonden om niet in de administratieve rompslomp terecht te komen en haar geld te verdienen: ze is naar de Kamer van Koophandel gestapt, heeft een bedrijf opgericht in online communicatie en is nu bezig met het opstarten daarvan. Ze heeft al een contract met een klant, waardoor ze er een beetje aan verdient. En omdat ze nu kan aantonen dat ze 32 uur per maand werkt, krijgt ze ook nog studiefinanciering van DUO. “Het lijkt me leuk om dit bedrijf verder te ontwikkelen, als hobby”, zegt ze, “naast mijn gewone baan later”.
Maria is wel van plan om na haar studieverblijf van een half jaar in Engeland weer terug naar Nederland te komen. “Omdat mijn vriend hier woont”, zegt ze, “en omdat ik me helemaal op m’n gemak voel hier.” Maar het gevoel dat Nederland ook graag wil dat zij als ‘hoogopgeleid talent’ in het land blijft, dat heeft ze niet echt. “Ik heb heel veel moeite moeten doen voor simpele dingen zoals het vinden van een kamer, het zoeken van een bijbaan, het openen van een bankrekening en andere bureaucratische zaken. Ik heb het gevoel dat ik hier nog ben omdat ik koppig ben geweest en een doorzetter ben.”
Shikhar Aggarwal uit India
Shikhar staat op het punt om naar de uitreiking van zijn masterdiploma te vertrekken. Het gaat hem goed, en hij is vrolijk. Vanavond nog geen afstudeerfeest omdat hij morgen gewoon moet werken, “maar dat komt dit weekend wel”, lacht hij. Shikhar heeft inmiddels te horen gekregen dat hij tot eind volgend jaar kan blijven werken bij zijn onderzoeksgroep in het Erasmus Medisch Centrum. Dat betekent dat hij ook een visum heeft gekregen voor deze tijd. Dat geeft even rust, na alle onzekerheid hierover. En tot zijn blijdschap heeft hij ook een kamer in Rotterdam gevonden, zodat hij niet meer heen en weer hoeft te reizen tussen Amsterdam en Rotterdam.
Ook Shikhar zou nog graag enkele jaren in Nederland willen blijven. Hij vindt de manier van werken hier prettig. “In India telt een werkweek zes dagen”, zegt hij, “en het grote verschil is dat ziekenhuizen in India heel bureaucratisch en hiërarchisch zijn”. Wel vindt hij het jammer dat het Nederlandse onderwijs en bedrijfsleven niet zo op buitenlanders gericht zijn, zoals in Engeland, waar hij veel kennissen heeft. “Ik kon geen baan vinden bij een bedrijf omdat ik geen Nederlands sprak”, zegt hij, “maar hoe kan een Indiër in twee jaar Nederlands leren? Ik vind de taal veel te moeilijk”. Toch heeft Shikhar het hier naar zijn zin. “Als ik de beslissing opnieuw kon nemen, was ik weer naar Nederland gekomen voor een master.”
Lees in het decembernummer van Transfer het uitgebreide slotartikel van deze serie ‘Mijn toekomst in NL’
- 09-12-2010
- geef reactie
