Info

“Studentenbinding wordt anachronisme in ‘Nederdorp’”

— gearchiveerd onder:
Share |

Nuffic-directeur Sander van den Eijnden gooide een steen in de vijver door de studietijd van internationale studenten in ons land te vergelijken met een treinreis in een geblindeerde coupé. Hij heeft volledig gelijk dat Nederland meer moet doen om buitenlandse studenten te binden. Maar dat is pas het begin van het verhaal, stelt Jan Anthonie Bruijn, voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT). “We moeten vooruitkijken naar ‘Euroland’, niet achterom naar ‘Nederdorp’.”

Jan Anthonie Bruijn"In 1345 bevochten Holland en Friesland elkaar op leven en dood in de Slag bij Warns. Er was een tijd dat een Groningse belastingbetaler er niet aan moest denken te moeten meebetalen aan een Groningse scholier die in Amsterdam ging studeren en daarna de rest van zijn leven in Maastricht ging werken.  Die tijd ligt ver achter ons. Net zo goed zal het in de toekomst lastig voor te stellen zijn dat we ons ooit zorgen maakten over de binding van internationale studenten aan ‘Nederdorp’. Door technologische vooruitgang wordt onze wereld steeds kleiner. Om mee te kunnen in die nieuwe wereld zullen we ons onderwijs werkelijk moeten internationaliseren.

Inmiddels gaan de betere Nederlandse scholieren al in toenemende mate in het buitenland studeren na hun middelbare school. Hoe kosmopolitischer ze zijn, hoe vaker ze vertrekken. Terwijl we juist dat soort studenten willen hebben. We moeten niet proberen die studenten tegen te houden. Maar je moet wel in ruil daarvoor buitenlands toptalent naar Nederland halen. En daarvoor moet je op de korte termijn een praktische agenda uitvoeren.

Ieder land moet investeren om mee te kunnen in de strijd om internationaal toptalent. Als je zegt ‘Wij willen ergens heel goed in worden,’ dan moet je ook alles doen om de besten hier te krijgen en te houden.  Daarbij is het belangrijk om  gericht te investeren. De human capital-dimensie van het huidige topsectorenbeleid biedt daarvoor de nodige aanknopingspunten.  Ook kunnen we nog een slag maken door de zichtbaarheid van Nederlandse bedrijven aan het eind van opleidingen te verbeteren: meer stagemogelijkheden en meer baanmogelijkheden.

We integreren op dit moment de inkomende mobiliteit niet voldoende. Dan is het niet verbazend als internationale studenten na afloop weer vetrekken. Je behoudt hen alleen door daadwerkelijk te internationaliseren. Je moet ze het gevoel geven dat ze onderdeel zijn van ons hoger onderwijs, niet dat ze een tijdelijke bezoeker zijn. Daarvoor moeten we een volgende slag maken in internationalisering.

We moeten inzetten op meer Engelstaligheid. Daar valt nog veel te verbeteren, met name bij bacheloropleidingen.  Om een buitenlandse student het gevoel te geven dat hij een reguliere student is moet je een  daadwerkelijke internationale omgeving creëren. Het is daarbij een anachronisme om te denken dat een buitenlandse student Nederlands moet leren om op de Nederlandse arbeidsmarkt terecht te kunnen.

Hoewel het voor sommige sectoren natuurlijk belangrijk is om Nederlands te leren – bijvoorbeeld  in de gezondheidszorg waar je de taal eigenlijk moet spreken om met je patiënten te kunnen communiceren - , neemt de hoeveelheid vaardigheden en kennis die specifiek zijn voor de Nederlandse arbeidsmarkt snel af. Sinds internet bestaat komt er iedere 98 minuten een anglicisme bij in het Nederlands. Dat is even veelzeggend als onvermijdelijk. Bij grote bedrijven als Unilever is de voertaal allang Engels. Je kunt niet meer denken: we gaan internationale studenten een paar dingen leren die ze nergens anders kunnen gebruiken, dan blijven ze hier.

‘Nederdorp’ is onderdeel geworden van ‘Euroland’, net zoals Zeeland een deel is van Nederland. We vragen ons terecht niet meer af of je een Groningse student aan Amsterdam moet willen binden; als hij in Rotterdam of Nijmegen gaat werken vinden we dat ook doelmatig.  Zo zullen we ook op internationaal niveau gaan denken. We moeten onze studenten de mindset en vaardigheden geven die onze steeds kleinere wereld van hen vergt. Dat is een opgave. Daarvoor moeten we voorbij de internationalisering denken.

Moet je buitenlandse studenten willen binden? Ja. Binding is nu nog relevant, maar dat wordt snel door de tijd ingehaald. De arbeidsmarkt wordt steeds internationaler. We moeten simpelweg de beste mensen opleiden. Die zullen vervolgens overal op de wereld gaan werken. En bedrijven in Nederland zullen het toptalent halen waar ze het kunnen vinden. Wat we nodig hebben zijn kosmopolieten. Die moeten we opleiden.  Dat noem ik échte internationalisering."

Jan Anthonie Bruijn
Voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT)