De Taalkwestie
- 29-06-2008
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
In Nederland voltrekt zich stilletjes een taalrevolutie: als voertaal wordt het Nederlands steeds vaker vervangen door het Engels. Meer dan de helft van de masteropleidingen wordt in het Engels gegeven. Jan Roukens, bestuurslid van de Stichting Nederlands, houdt in De Kwestie een pleidooi tegen de afbreuk van het academische Nederlands en wijst op de risico’s. “Men stelt geen vragen bij de kwaliteit van het onderwijs dat onder druk staat, als vrijwel alle betrokkenen een taal gebruiken die de hunne niet is”.
Nederlands terug in de collegezalen
Een halve eeuw geleden heerste het Nederlands onbedreigd in de Nederlandse universiteiten. Iedereen sprak Nederlands, ook de docenten en studenten uit het buitenland. Al waren dat er weinig. Nederlanders telden mee. Zij kenden drie andere moderne talen en werden daarvoor internationaal gewaardeerd. Na vijf eeuwen stapsgewijze ontwikkeling van het Nederlands tot een cultuur- en wetenschapstaal die zich kon meten met andere Europese talen, werd eind vorige eeuw vrij plotseling een andere weg ingeslagen. Niet terug naar het Latijn, maar vooruit naar het Engels. Nederlands zou overbodig worden als wetenschapstaal en geen toegevoegde waarde meer hebben in het hoger onderwijs.
Kwaliteit
Wat waren de motieven van degenen die deze omslag bewerkten en waaraan ontleenden zij hun inzichten? Waren het de managers, vaak oud-bedrijfsleiders of bedrijfseconomen, die de universitaire colleges van bestuur gingen bemannen en de traditionele autoriteit van de hoogleraren verdrongen? De tijdgeesten heetten globalisering en privatisering, ook in het onderwijs. Neoliberalen spraken van het in de markt zetten van de universiteit die het product ingenieurs, artsen, juristen en doctorandussen leverde voor de wereldmarkt.
Extreem voorbeeld is de Universiteit Maastricht, die met de slagzin ‘Engels, tenzij…’, het KNAW-rapport ‘Nederlands, tenzij…’ uit 2003 bagatelliseert. De universiteit schrijft ‘op weg naar een internationale academie’ te zijn: bestuur en beheer spreken er Engels en ook docenten en studenten worden verondersteld Engels te spreken. Men stelt geen vragen bij de kwaliteit van het onderwijs dat onder druk staat als vrijwel alle betrokkenen een taal gebruiken die de hunne niet is. Voor welke markt deze universiteit de vooral Nederlandse studenten klaarstoomt is niet duidelijk. De meesten zullen in Nederland werk zoeken, en daar moeite hebben zich aan de taal aan te passen.
Taaldiscriminatie
De volgende schets van de sociale verhoudingen die met taal samenhangen, komt uit België. Wie Frans door Engels vervangt, en België door Nederland, begrijpt de bedoeling van deze schets.
“Met de bedienden spraken wij Vlaams”, vertelt de Brusselse elite die het nog heeft meegemaakt. Bedienden sliepen onder de nok en werkten in het souterrain. Dames en heren woonden tussen zolder en kelder, en spraken Frans onder elkaar. Vlamingen die wilden meetellen in dat goede België konden studeren, in het Frans. Nederlands was immers niet geschikt voor hoger onderwijs of wetenschapsbeoefening. Gevolg was dat de elites in België, ook de Vlamingen onder hen, tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog Franstalig waren of werden. De gevolgen van deze onvoorstelbare taaldiscriminatie laten zich nog steeds voelen, in sociale verhoudingen en in de politiek. En de Nederlandse taalrechten die de Vlamingen een halve eeuw geleden na veel strijd verworven hebben, laten zij zich niet gauw afnemen.
Europa
Dit Belgische intermezzo illustreert waarom steeds meer Nederlandse en Vlaamse culturele en wetenschappelijke organisaties zich zorgen maken en wensen dat het Nederlands helemaal terugkeert in de collegezalen. Het is niet wenselijk dat de Nederlandse universiteiten de toekomstige intellectuelen opleiden in het Engels, om ze vervolgens in Nederland in het Engels te laten functioneren. Het kan niet dat Nederlanders in eigen land niet meer in de eigen taal kunnen studeren en examen doen, wat nu al het geval is voor de meeste studierichtingen. Ook Europa moet zich zorgen maken over de voortvarendheid waarmee in Nederland het academische Nederlands wordt afgebroken. Die ontwikkeling staat haaks op het sociaal-culturele model voor Europa en leidt tot politieke onrust als het Nederlandse voorbeeld in meer landen wordt gevolgd. Enkele van de bovengenoemde culturele en wetenschappelijke organisaties zullen de hier aangeduide problemen aan de orde blijven stellen tijdens een congres in Brussel op 10 oktober.
Jan Roukens
Bestuurslid Stichting Nederlands
Zie www.stichtingnederlands.nl voor meer informatie over het congres ‘Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap’ dat de stichting op 10 oktober 2008 zal houden in Brussel.
Zie hier het programma van het congres.
- 29-06-2008
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
