'Geen oog voor maatschappelijke rol hoger onderwijs'
- 08-12-2008
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
De pas verschenen Internationaliseringsagenda Grenzeloos Goed gaat voorbij aan de maatschappelijke rol van het hoger onderwijs. Universiteiten en hogescholen moeten ook bijdragen aan sociale cohesie, aan integratie en aan het scheppen van kansen voor groepen die achterliggen of onderliggen. Juist ook in ontwikkelinglanden, betoogt Kees Kouwenaar, directeur van het Centrum voort Internationale Samenwerking van de Vrije Universiteit.
Het is goed dat minister Plasterk in zijn internationaliseringsagenda het belang erkent van het vergroten van de mobiliteit van studenten en staf, van de versterking van de internationale oriëntatie van de Nederlandse instellingen en van de profilering in de wijde wereld van ons kennissysteem. Toch vind ik dit beleidsstuk teleurstellend en in zeker opzicht introvert en tunnelachtig.
Het geschetste internationaliseringsbeleid spitst zich toe op het belang van onderwijs en onderzoek voor de Nederlandse kenniseconomie; daarin alleen ligt de motivatie voor een sterkere internationalisering. Het is niet goed om onze instellingen voor hoger onderwijs te versimpelen tot eendimensionale fabrieken. Zij kunnen en moeten ook bijdragen aan sociale cohesie, aan integratie, aan het scheppen van kansen voor groepen die achterliggen of onderliggen. Een samenleving zonder voldoende cohesie gaat te gronde. Het hoger onderwijs heeft die maatschappelijke opdracht binnen Nederland, binnen Europa en wereldwijd. Juist ook in ontwikkelingslanden.
Grote maatschappelijke vraagstukken in de wereld zoals veiligheid, voedsel, duurzaamheid zijn in de vorm van terrorisme, immigratie en klimaatverandering ook een directe bedreiging voor de welvaart en de sociale stabiliteit in Nederland. Maar deze problemen vragen om wereldwijde oplossingen, vooral ook in de armste delen van de wereld. Als daar grote groepen mensen geen minimale bestaanszekerheid hebben en een leefbaar bestaan, is ook de veiligheid en duurzame welvaart voor Nederland en zijn bewoners in gevaar.
Na jaren van dominantie van het Education for All paradigma, groeit het inzicht dat het hoger onderwijs in ontwikkelingslanden een belangrijke rol te spelen heeft. Niet alleen rechtstreeks als toeleverancier van leraren en onderwijsprogramma’s voor het funderende onderwijs. Maar juist ook als de broedplaats voor innovatieve kennis, van technische skills en vooral ook van de values & attitudes die ambtenaren, ondernemers, werknemers, burgers nodig hebben om de sociale, economische, politieke en bestuurlijke kwaliteit van het bestaan in hun land en regio te helpen verbeteren. Die rol speelt het hoger onderwijs in ontwikkelingslanden nog lang niet zo goed en zo breed als zou moeten. Het Nederlands hoger onderwijs is zich ervan bewust welke bijdrage het hieraan kan leveren en doet dat ook. Het zijn niet alleen de speciale IO-instellingen, waartoe de internationaliseringsagenda zich in dit kader lijkt te beperken. Natuurlijk spelen die een zeer belangrijke rol, maar er gebeurt veel meer - en daarover staat niets in de internationaliseringsagenda.
Recent presenteerde Frans van Vught op een OESO-conferentie de uitkomsten van een Europees project voor Classification of Universities waarin naast onderwijs en onderzoek ook community engagement één van de classificatiedimensies lijkt te worden. Bij de internationalisering van ons hoger onderwijs vraagt de internationale dimensie van die maatschappelijke functie meer aandacht, naast internationalisering van onderzoek en onderwijs die al een hoge vlucht hebben genomen.
Daarom zie ik de internationaliseringsagenda in dit opzicht als een gemiste kans, ook voor onze studenten. Zij tonen vaak juist een grote belangstelling voor onderwijs rond ontwikkelingsvraagstukken. De onderdompeling van studenten en academici in de totaal andere context van hoger onderwijs in ontwikkelingslanden geeft een enorme boost aan één van de allerbelangrijkste bijdragen aan de arbeidsmarktcompetenties van hoog opgeleiden: leren en werkelijk begrijpen dat de werkelijkheid anders kan zijn (en vaak is) dan wij in de vertrouwdheid van alledag gewend zijn om te denken.
Natuurlijk kan OCW hiervoor geen substantiële budgetten vrijmaken, maar daar gaat het ook helemaal niet om. De grote fondsen zitten bij Ontwikkelingssamenwerking. Maar met deze strategische internationaliseringsagenda blijft de huidige situatie voortduren, dat het ministerie van OCW geen interesse toont voor de bijdrage van het hoger onderwijs aan ontwikkeling en dat het ministerie van Buitenlandse Zaken er inhoudelijk onvoldoende verstand van heeft.
Ik doe dan ook een oproep om wel serieus na te denken over de bijdrage die Nederlandse universiteiten en hogescholen kunnen leveren aan hoger onderwijs in ontwikkelingslanden dat bijdraagt aan duurzame en evenwichtige ontwikkeling en daardoor aan oplossingen voor wereldproblemen die ook Nederland rechtstreeks bedreigen.
Kees Kouwenaar
Directeur van het Centrum voor Internationale Samenwerking van de Vrije Universiteit
- 08-12-2008
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
