Info

"Het gaat erom dat je van taal kunt wisselen"

Share |

De meerwaarde van meertaligheid voor het hoger onderwijs staat dit jaar centraal tijdens het Jaarcongres van de Nuffic op 15 maart. Han van der Horst, historicus en communicatieadviseur van de Nuffic, vindt dat de discussie over meertaligheid niet vernauwd mag worden tot de vraag “Voeren we Engels in of niet?”. Het draait er volgens hem om dat in het onderwijs constant omgeschakeld kan worden naar een taal die alle aanwezigen begrijpen.

Nuffic Jaarcongres over MeertaligheidHet zou me niet verbazen als de meeste lerenden op deze wereld in een meertalige samenleving functioneren. Dat geldt zeker voor het hoger onderwijs. Denk bijvoorbeeld aan studenten op een universiteit in India of Indonesië. Veeltaligheid, meertaligheid is immers  mondiaal gezien eerder regel dan uitzondering. Op de Filippijnen, dat door tientallen verschillende volkeren wordt bewoond, grijp je naar het Engels als je moet communiceren met mensen die niet jouw moedertaal spreken. Er is wel een andere nationale taal, het Pilipino, maar die wordt teveel met de hoofdstad Manilla en het eiland Luzon geassocieerd om elders in het polyglotte eilandenrijk van harte te worden geaccepteerd.

In India vind je een vergelijkbaar verschijnsel: Engels houdt stand omdat het Hindi in andere delen van het land teveel als de taal van het noorden en van New Delhi wordt gezien.
Het net zo veeltalige Indonesië kent dit probleem niet. De Bahasa Indonesia, de nationale taal, is gebouwd op het pasar-Maleis, een taal die in de hele archipel werd gebruikt voor handelscontacten. Die valt dus niet met een eiland of een belangrijke bevolkingsgroep in verband te brengen en wordt daarom door iedereen geaccepteerd.

Ook in Nederland leven steeds meer burgers in een omgeving, waar zij voor verschillende functionaliteiten verschillende talen gebruiken. Kern van de zaak is dan dat je constant van taal kunt wisselen, als de situatie daar aanleiding toe geeft.
Zoals Indonesiërs, Filippinos en Indiërs het al sinds jaar en dag doen. Dat geldt trouwens net zo goed voor Suriname waar het Nederlands de algemene omgangstaal is voor de officiële aangelegenheden, terwijl Sranan Tongo wordt gebruikt voor de informele contacten. Je krijgt een bekeuring in het Nederlands, maar je minnekoost in het Sranan Tongo.

Het hoger onderwijs kan daarvan leren. Als wij accepteren dat verschillende situaties en uiteenlopende gezelschappen ook het gebruik van verschillende omgangstalen met zich meebrengen, dan hoeft een instelling zich niet vast te pinnen op één enkele taal. Dan is de discussie “Engels of Nederlands” overbodig.

Alles dan maar laten zoals het is? Een instelling voor hoger onderwijs heeft wMeertaligheidel degelijk een taalbeleid nodig. Zij kan immers alleen maar functioneren als docenten, studenten en medewerkers van taal kunnen wisselen, als de omstandigheden dat vereisen. Het ligt daarbij voor de hand uit te gaan van de feitelijke situatie. In de praktijk heeft het Engels zich ontwikkeld tot de omgangstaal die men in internationaal gemengde gezelschappen gebruikt om de communicatie gaande te houden, waarbij het maar al te vaak niemands moedertaal is. Wie opleidingen wil verzorgen voor een internationaal publiek kan dan niet om het Engels heen. Nederland levert daarvan het bewijs omdat het aantal Engelstalige cursussen dat wereldwijd – bijvoorbeeld via de Study in Holland site van de Nuffic – wordt gepropageerd, elk jaar stijgt en onstuitbaar op weg lijkt naar de 2000.

Tegelijkertijd is datzelfde Engels de moedertaal van de enige hypermacht ter wereld en daardoor controversieel net als het Pilipino buiten het eiland Luzon of het Hindi in het door Tamils bewoonde Zuid-India. Het voelt aan als de taal van een verre overheerser. Daarom is het geen goed idee het Engels ook te gebruiken als daar geen aanleiding toe is. Bijvoorbeeld als alle deelnemers aan een college de algemene omgangstaal in ons land beheersen, het Standaardnederlands. Het komt altijd wat potsierlijk over als je een braaf gezelschap vaderlanders over ziet gaan op Engels, omdat men denkt dat het zo hoort of met elkaar de misvatting deelt dat je die taal dan beter leert spreken. Een taal leer je spreken door er les in te nemen en vervolgens te communiceren met native speakers.

Vandaar dat een discussie over onderwijstaal niet vernauwd mag worden tot de vraag: “Voeren we Engels in of niet?”. Of: “Wat is bij ons de dominante onderwijstaal?”. Daar gaat het niet om. Het gaat om de veeltaligheid.  De juiste vraag luidt: “Hoe geven wij – al dan iet in het kader van ons internationaliseringsbeleid – ons beleid rond meertaligheid vorm?”.  Hoe scheppen wij een situatie waarin er altijd gewisseld kan worden naar een taal die alle aanwezigen begrijpen?
Dat is de vraag waar wij voor staan. Wij hebben een middelbaar en een hoger onderwijs nodig waar het leren van vreemde talen – meervoud, meervoud – wordt aangemoedigd en gestimuleerd. Wie zich vastlegt op Nederlands of Engels, verengt wat een opleiding in het hoger onderwijs kan bieden.

Han van der Horst 
communicatieadviseur van de Nuffic en historicus

Hier meer informatie over het Nuffic Jaarcongres.