'Internationalisation at Home niet zichtbaar genoeg'
- 27-01-2009
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
Geert Dales, bestuursvoorzitter van de hogeschool Inholland, uitte in het januarinummer van Transfer zijn uitgesproken mening over internationalisering van het hbo. Volgens hem wordt er te veel gepraat, en te weinig gemeten hoe ver instellingen werkelijk geïnternationaliseerd zijn. Eerder al baarde hij opzien door tijdens de opening van het hogeschooljaar het concept Internationalisation at Home met "seks met een opblaaspop" te vergelijken. "Persoonlijk geef ik de voorkeur aan het echte werk", voegde hij daaraan toe. Hanneke Teekens, directeur communicatie van Nuffic, reageert op zijn stellingen.
Geert Dales spreekt zijn zorg uit over de stagnerende mobiliteit van HBO studenten. Ik deel die zorg. Samengevat zou je kunnen zeggen dat in de laatste 10 jaar het aantal buitenlandse studenten in het HBO ruim is verdubbeld, terwijl het aantal HBO studenten dat studiepunten in het buitenland behaalde afnam van ruw geschat 6 procent naar 4 procent. Mobiliteit neemt dus gewoon af.
Cijfers, opgeblazen of niet, zijn onvolledig in Nederland. Verschillende instellingen ‘tellen’ nu eenmaal verschillend. Een goed inzicht in volumeontwikkeling vereist een centrale, eenduidige, verplichte telling op instellings- en nationaal niveau. Dat gaat in tegen ons polderen, dat doen we dus niet en daarmee weten we onvoldoende. Dat is een slechte zaak, ook hier ben ik het roerend met Dales eens. Zou hij niet het bestuurlijke voortouw willen nemen om dit op afzienbare termijn in ons land op orde te krijgen?
Daarentegen ben ik van mening dat er meer gedaan wordt dan alleen maar gepraat, op allerlei niveaus. Er gebeurt wel degelijk ook veel meer dan ‘we’ weten en meten. Dat is positief, maar het is meer dan spijtig dat het onvoldoende zichtbaar wordt. Dat probleem ligt mede bij de opleidingen die allerlei internationale activiteiten ontplooien, waarover de informatie niet terechtkomt bij een College van Bestuur. Internationalisering op instellingsniveau is over het algemeen flink versnipperd, en houdt meer in dan mobiliteit alleen. Impact en succes dienen daarom ook niet uitsluitend gemeten te worden op basis van uitgaande mobiliteitsgegevens. Hier zou ik willen oproepen tot meer samenhang, zorg dat ‘the home institution’ zelf voldoende internationaliseert. Leg een duidelijke verbinding tussen de verschillende aspecten en activiteiten van internationalisering, breng die in kaart en ontwikkel beleid dat die samenhang onderschrijft en ondersteunt, ofwel: Internationalisation at Home!
Ik vind het bijzonder jammer dat Internationalisation at Home soms uitgelegd wordt alsof mobiliteit niet meer belangrijk is. Complete onzin. Alleen, mobiliteit is nu eenmaal niet voor 100 procent van de eigen studenten reëel. Wel dient 100 procent van de studenten toegerust te worden met voldoende competenties om op een geïnternationaliseerde arbeidsmarkt te kunnen functioneren en concurrerend te kunnen blijven. Dat moet je zelfs doen als 50 procent van je studenten mobiel zou zijn. Hoe betrek je die niet mobiele studenten bij internationalisering, zonder de aandacht te laten verslappen voor verdere stimulering van uitgaande mobiliteit. Dat is de Internationalisation at Home agenda. En wat houdt die in? Juist: verankering in het curriculum, het verhogen van inkomende mobiliteit, gebruikmaken van digitale middelen, Engelstalige studieonderdelen en als sluitstuk meer uitgaande mobiliteit. Want natuurlijk: niets is beter dan echte……
Hanneke Teekens
Directeur Communicatie, Nuffic
- 27-01-2009
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
