Info

Kwestie Iran

— gearchiveerd onder:
Share |

Op 1 juli 2008 is de omstreden Sanctieregeling Iran in werking getreden. “Een regeling die in strijd is met onze grondwet”, vindt Joyce Schiferli, juridisch beleidsadviseur bij Art.1, de landelijke vereniging ter voorkoming en bestrijding van discriminatie. Op grond van de regeling hebben Iraniërs geen toegang meer nucleaire installaties en tot de masteropleidingen van negen studierichtingen in het hoger onderwijs waarbij zij in aanraking kunnen komen met zogenaamde proliferatiegevoelige gegevens. Schiferli acht een rechterlijke uitspraak over dit kabinetsbesluit gewenst en bereidt zich voor op een rechtszaak.

“De sanctieregeling maakt een verboden onderscheid op grond van iemands nationaliteit”, stelt Schiferli. “In die zin is het in strijd met artikel 1 van de grondwet. Let wel, niet alle onderscheid is verboden. De uitzonderingen hierop zijn specifiek vastgelegd in de Algemene Wet Gelijke Behandeling, maar dit kabinetsbesluit voldoet hier niet aan.” Ze legt uit dat een uitzondering een ‘wet in formele zin’ vereist. “Een ministeriële regeling is dat niet”, aldus Schiferli.

Jurisprudentie
Ze werkt momenteel aan een verkennend onderzoek, in samenspraak met een actiegroep en enkele advocaten, om een rechterlijke uitspraak over de geldigheid van de regeling te ontlokken. “Het is erg belangrijk om hier jurisprudentie over te verkrijgen”, zegt Schiferli, “De implicaties kunnen ingrijpend zijn en we staan nu aan het begin van een nieuw academisch jaar dus haast is geboden. Te meer omdat er een prima alternatief bestaat”.

Alternatief
Waakzaamheid betrachten kan ook op een minder ingrijpende manier legt Schiferli uit. “De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) biedt de mogelijkheid om een student op grond van bijzondere omstandigheden de toelating tot het onderwijs te weigeren. Daarmee wordt iemand individueel beoordeelt en niet op basis van zijn of haar nationaliteit.” Het is haar dan ook volstrekt onduidelijk waarom deze wet niet is gebruikt.

Categoraal verbod
De sanctieregeling is gebaseerd op de in december 2006 uitgevaardigde resolutie 1737 van de  VN-veiligheidsraad en het daaropvolgende gemeenschappelijke standpunt van de Europese Unie. Schiferli is verbaasd over de strikte interpretatie van de VN-resolutie door de Nederlandse overheid. “De VN laat veel meer ruimte dan door Nederland is genomen. In de resolutie spreekt men over ‘waakzaamheid’. Dat is wat anders dan een categoraal verbod.” Groen Links heeft inmiddels vragen gesteld over deze kwestie, ook over de vraag waarom Nederland resolutie 1737 veel strikter interpreteert dan andere landen. Schiferli is heel benieuwd naar de antwoorden. “De Verenigde Staten, nota bene de initiator van de resolutie, hebben nog steeds een actief wervingsbeleid voor Iraanse studenten.”