Info

Let the band play on! / Veni, Vidi, Vici

Share |

In een reactie op de steun van Minister Plasterk in de strijd tegen beurspromovendi betoogt professor Han Moshage, directeur van de medische Graduate School Groningen, dat de minister met een dergelijke houding de plank faliekant misslaat (Transfer Magazine, 10-12-09). Een continuering van dit beleid leidt er volgens Moshage toe dat "wij over 20 jaar de asperges steken in hoogopgeleide kenniseconomieën van (Oost-) Europa". Moshage voorziet een brain drain als wij niet snel overstappen op het mondiaal vigerende bursalensysteem. De Engelse vertaling van promovendus is immers niet voor niets PhD student, aldus Moshage.

Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) deelt de mening van Moshage dat er structureel te weinig geld wordt uitgetrokken voor onderzoek en hoger onderwijs, maar verzet zich tegen de oplossing die Moshage aandraagt. De veelgehoorde suggestie dat het bursalensysteem de problemen met betrekking tot de concurrentiepositie van de Nederlandse kenniseconomie op zou kunnen lossen, vindt het PNN veel te kort door de bocht.

Volgens de meest recente cijfers (zie het rapport “Arbeidsmarktpositie van gepromoveerden”, CBS), komt zeventig procent van de promovendi in Nederland na hun promotie buiten het onderzoek terecht. Het PNN is daarom van mening dat de crux niet zozeer ligt bij de aantallen promovendi, maar veeleer bij het aantrekken en behouden van toptalent. Vanuit dat oogpunt is de werknemersstatus die hoort bij het Nederlandse promotiesystereactie promovendi netwerk nederlandem van groot belang. Deze status, die gepaard gaat met fatsoenlijke secundaire arbeidsvoorwaarden, heeft namelijk een aanzuigende werking. Daarnaast moeten er goede carrièreperspectieven geboden worden, waardoor gepromoveerden zich kunnen ontwikkelen tot internationaal vooraanstaande onderzoekers. Een gebrek aan doorstroommogelijkheden leidt er toe dat vier jaar lang geïnvesteerd wordt in een promovendus, waarna deze alsnog vertrekt naar concurrerende landen; de brain drain waar Professor Moshage over spreekt wordt in dat geval alleen maar uitgesteld. Met extra investering in de fase na de promotie (bijvoorbeeld door het verruimen van de middelen voor de vernieuwingsimpuls) biedt het Nederlandse promotiesysteem juist een vruchtbare basis om te concurreren met andere landen die Nederland nooit zal kunnen benaderen wat betreft uitgaven aan onderzoek (het bezit van Harvard alleen al is even groot als de hele begroting van het ministerie van OCW ).

Volgens Moshage loopt Nederland internationaal uit de pas, maar recent onderzoek in Europa  laat zien dat een aantal andere landen in Europa voor promovendi ook een werknemerstatus hanteren, of hun ‘promotiestudenten’ sociale rechten als pensioenopbouw en kinderbijslag toekennen . De Europese Unie ziet het huidige Nederlandse promotiesysteem zelfs als lichtend voorbeeld en raadt de lidstaten aan om ter bevordering van hun concurrentiepositie in de kenniseconomie het Nederlandse systeem over te nemen. Moshage wijst op Amerikaanse promovendi die hun promotie zelf moeten bekostigen en op Mexicaanse studenten die dolblij zouden zijn met een beurs. Hij vergeet hierbij echter de voorbeelden te noemen van promovendi in spé die bewust kiezen voor Nederland , juist vanwege de werknemerstatus. Nederland kan overigens ook al jaren niet meer concurreren op het gebied van spijkerbroeken, voetballen en voetbalschoenen, maar aan het kinderwetje van Van Houten wordt tot op heden gelukkig nog niet getornd en de kinderarbeid is nog niet heringePromovendi Netwek Nederlandvoerd. Het PNN wil maar zeggen dat er ook een morele en sociale overwegingen ten grondslag ligt aan deze discussie.

Promovendi worden opgeleid tot onderzoeker, net zoals managementtrainees tijdens hun werk, vaak met één dag in de week onderwijs, opgeleid worden tot manager. Niemand is echter geneigd deze hardwerkende managementtrainees studenten te noemen en hen een werknemerstatus te onthouden. Waarom zouden promovendi (perfect te vertalen met PhD candidates), die werken, doceren en voor een belangrijk deel bijdragen aan de wetenschappelijke output van een universiteit (anders dan promovendi in Amerika), dan studenten zijn en geen aanspraak kunnen maken op een werknemerstatus? Dit standpunt werd onlangs bevestigd door de Groningse rechtbank; het aanstellen van promovendi werd door de rechtbank als onwettig beoordeeld.

Professor Moshage vergelijkt de Nederlandse kenniseconomie met de zinkende Titanic en wijst de werknemerstatus aan als ijsberg. Het PNN deelt zijn zorgen, maar is van mening dat hij enkel het topje van het probleem ziet, terwijl de kern onder water ligt.

namens het Promovendi Netwerk Nederland (PNN)
Frank Harbers f.harbers@rug.nl
Lisette van der Meer L.van.der.meer@med.umcg.nl