Info

'Minister minacht excellent instituut'

Share |

Het ISIM (International Institute for the Study of Islam in the Modern World) werd opgeheven, maar het zal worden voortgezet in de vorm van een nationale onderzoeksschool Islamstudies (ISIS). Dat bleek in februari uit de woorden van minister Plasterk. Maar volgens Annelies Moors en Martin van Bruinessen, oud-ISIM leerstoelhouders, is "de infrastructuur van ISIM, die wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke valorisatie bij elkaar bracht hooguit nog aanwezig in archiefdozen".

Minister Plasterk is blij. Hij zei over het opzetten van ISIS: "Het verheugt mij dat hiermee de opgebouwde expertise behouden blijft en dat dit maatschappelijk zeer relevante onderzoek kan worden voortgezet" (Transfermagazine). Indien dit klopte, zouden wij ook zeer verheugd zijn. Maar deze informatie, ook te vinden op de website van het ministerie van OCW,  is onjuist. Het ISIM is vanaf 1 januari 2009 gesloten en de hele infrastructuur is de afgelopen maanden ontmanteld. Het onderzoek wordt weliswaar voorgezet door de voormalige ISIM leerstoelhouders en jongere onderzoekers die inmiddels elders een plek gevonden hebben, maar niet langer als een geïntegreerd onderzoeksprogramma, en zeker niet door het ISIS.

Er is geen fysieke plek meer waar een internationale, zeer diverse gemeenschap van fellows elkaar treft om samen te werken aan een onderzoeksprogramma met een duidelijke focus. Er is niet langer een adres waar sociale en culturele instellingen terecht kunnen met onderzoeksvragen. De infrastructuur die wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke valorisatie bij elkaar bracht is hooguit nog aanwezig in archiefdozen. Dit gebeurde nadat het ISIM door een internationale evaluatiecommissie, ingesteld in opdracht van het ministerie van OCW, als De kwestie ISIM/ISISexcellent werd beoordeeld. En ondanks een serie petities, ondertekend door 50 Nederlandse sociale en culturele instellingen en bijna 500 internationale wetenschappers die pleitten voor het voorzetten van het ISIM als onderzoeksinstituut.

Dit alles roept een aantal vragen op over de prioriteiten die het ministerie stelt. Hoe kan het dat een instituut dat zo positief is geëvalueerd en uitstekend heeft voldaan aan de criteria die centraal staan in het wetenschapsbeleid (internationalisering, interdisciplinariteit, kwaliteit, focus, valorisatie) toch wordt opgeheven? Hoe is het mogelijk dat het ministerie eerst besluit het ISIM in het geheel niet meer te steunen (‘de universiteiten moeten de financiering overnemen’) dan na veel maatschappelijk druk toch bereid blijkt het ISIM met € 500.000 per jaar te steunen (maar dat dan niet doet omdat de universiteiten niet meer bereid zijn mee te financieren), om dan vervolgens het geld wel ter beschikking te stellen aan een nieuwe nationale onderzoeksschool die geen onderzoeksprogramma heeft, en waarbij geheel onduidelijk is of en wat de universiteiten budgettair zullen bijdragen. 

Maar moeten we toch niet dankbaar zijn dat de minister in deze tijden van crisis  bereid is om geld in ‘iets met Islam’ te steken? Naar onze mening niet. De boodschap die hiermee wordt afgegeven is vooral dat prestaties noch inhoud ertoe doen. Het ministerie geeft opdracht tot een evaluatie en gaat lijnrecht tegen de aanbevelingen in; het sluit een goed functionerend instituut met internationale uitstraling en richt in plaats ervan iets onduidelijks op dat vlees noch vis is en alleen in naam aan de voorganger herinnert. De hele gang van zaken is een sterk voorbeeld van kapitaalvernietiging en van verspilling van gemeenschapsgeld. Het maakt ook de minachting van de minister zichtbaar voor wetenschappers die hun tijd en energie besteden aan de opbouw van een instituut in overeenstemming met de officieel beleden criteria van het wetenschapsbeleid. Tenslotte rest nog de vraag waarom de minister, die van dit alles op de hoogte is, zo’n onjuiste voorstelling van zaken geeft.

Prof.dr. Martin van Bruinessen, hoogleraar Universiteit van Utrecht (voormalig ISIM leerstoelhouder aan UU)

Prof.dr. Annelies Moors, hoogleraar Universiteit van Amsterdam (voormalig ISIM leerstoelhouder aan UvA)