Nuffic-directeur pleit voor pas op de plaats bij werving Duitse studenten
- 13-04-2011
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
"Het nationaal belang is niet gediend met nog meer Duitse studenten die in ons land een studie komen doen", stelt Sander van den Eijnden, algemeen directeur van de Nuffic. "Elk jaar laait de discussie hierover op. Het punt is bereikt dat hierover sluitende afspraken moeten worden gemaakt."
De Nuffic-directeur reageert hiermee op het betoog van voormalig OCW-topambtenaar Ferdinand Mertens in het aprilnummer van Transfer. Die gooide de knuppel in het hoenderhok door de stelling te poneren dat de actieve werving van Duitse studenten verboden moet worden. Want nog meer Oosterburen in ons hoger onderwijs zou uitsluitend in het belang zijn van hogescholen en universiteiten. Hoe meer studenten zij kunnen inschrijven, hoe meer bekostiging zij ontvangen. Goed voor het instellingsbudget, maar nadelig voor het totale budget voor hoger onderwijs.
Van den Eijnden is het op dat punt eens met de voormalig topambtenaar. “Het onderwijsbudget staat onder druk. Er is te weinig geld voor te veel studenten. Dan moet je sterke argumenten hebben om nog meer Duitse studenten binnen te halen. Ik zie daar geen goede redenen voor.”
Maar een nuancering is wat hem betreft op zijn plaats. “Dat zo veel Duitsers afkomen op ons hoger onderwijs, heeft ook te maken met de capaciteitsproblemen in Duitsland, met de invoering van de bachelor-masterstructuur en omdat ons hoger onderwijs veel heeft te bieden. Dit is een effect van de Europese eenwording. Mertens overdrijft het gewicht van de instellingen. Als zij zo actief zouden hebben geworven in Polen, zou dat niet tot een enorme toename van Poolse studenten hebben geleid. Grensmobiliteit is toch een bijzondere vorm van mobiliteit.”
“Voor de instellingen in het grensgebied is het logisch dat zij zich op de Duitse markt richten. En jaren geleden is die grenslandenmobiliteit ook bevorderd door de overheid”, stelt Van den Eijnden, die destijds Directeur Internationaal Beleid op het ministerie van Onderwijs was. “Maar nu leidt het tot onevenwichtigheid. De aantallen Duitse studenten zijn zo groot geworden, dat instellingen een pas op de plaats moeten maken. Het zou goed zijn als ze zich zouden richten op andere vormen van samenwerking met Duitsland zoals het opzetten van joint degrees en joint programmes.”
Zelfregulering
Mertens ziet de oplossing in de invoering van een kostendekkend collegegeld in Europa. Daarmee kunnen de financiële consequenties die het gevolg zijn van onevenwichtige mobiliteit (waar ook een aantal andere EU-landen mee te maken heeft) worden opgevangen. Van den Eijnden deelt die opvatting niet. “Dat is schieten met een kanon op een mug”, oordeelt hij. “Dat zou betekenen dat je het onderwijs privatiseert met alle gevolgen van dien. 20.000 Duitse studenten zijn geen goede reden voor zo’n ingrijpende operatie.”
Van den Eijnden heeft meer vertrouwen in zelfregulering. “Hogescholen en universiteiten opereren, wat betreft werving en toelating van niet-EU-studenten, prima binnen de Gedragscode Internationale student. Die code hebben ze zelf opgesteld. Laten we dat ook proberen te doen voor het werven van EU-studenten. Ook deze kant van internationalisering moeten we onder ogen zien”, vindt hij. “Maar je moet dat niet vertalen in een verbod om te werven.”
Hoog tijd dus om het thema te agenderen. De Nuffic wil dat doen door de ‘Duitse kwestie’ aan te kaarten bij de HBO-raad en universiteitenvereniging VSNU. Eind augustus staat een symposium gepland. “De zaak is er belangrijk genoeg voor”, aldus Van den Eijnden.
Lees hier het interview met Ferdinand Mertens in Transfer (vanaf pagina 8).
- 13-04-2011
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
