'Plasterk maakt ons blij met dooie mus'
- 28-05-2009
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
‘Uitermate teleurstellend’. Zo reageerde de HBO-raad op het vasthouden van minister Plasterk aan zijn plan om de graden Bachelor/Master of Applied Arts/Applied Sciences in te voeren. Maar het spel is nog niet gespeeld, het is nu aan de Tweede Kamer om over het voorstel te beslissen. Transfermagazine sprak erover met Erwin van Braam, hoofd algemeen beleid van de HBO-raad.
Van Braam schreef mee aan deze brief aan de kamer. “De minister heeft zich nog onvoldoende verdiept in het dossier hoger onderwijs”.
Wat verwachten jullie van de behandeling van Plasterks voorstel in de Kamer?
“Er zijn politiek natuurlijk veel verschillende uitkomsten mogelijk. Maar het belangrijkste is: de Kamer heeft erom gevraagd dit te behandelen, en dat betekent dat ze er belang aan hecht. Het voorstel van Plasterk lost niets op. De minister doet alsof hij iets nieuws toestaat, terwijl er al lang instellingen zijn die de graad Bachelor of Applied Sciences gebruiken. Plasterk maakt ons blij met een dooie mus, en als zijn voorstel door de Kamer komt zet hij twee derde van de Nederlandse studenten internationaal op achterstand.”
Wat bedoelt u met ‘op achterstand zetten’?
“Een voorbeeld: Een student waterbouwkunde zoekt een baan in het buitenland, en hij heeft een diploma waarop Bachelor of Applied Sciences staat. Een Engelse afgestudeerde van een vergelijkbare opleiding met de titel Bachelor of Science wil die baan ook. Dan is de kans groot dat de werkgever kiest voor de bekende BSc, en niet voor de BASc. Vooral mensen die wat verder van het onderwijsveld af staan, zoals werkgevers en stagebureaus, hebben moeite met onbekende graden.”
Hoe weet u dat, heeft de HBO-raad dat onderzocht? Want volgens de commissie die minister Plasterk instelde valt het wel mee.
“Wij horen van heel veel studenten dat ze met de huidige Nederlandse graden in het buitenland moeilijkheden ondervinden. En datzelfde geldt voor instellingen, die internationaal moeilijker samenwerkingsverbanden kunnen aangaan, omdat buitenlandse instellingen onzeker zijn over de waarde van de Nederlandse graad.”
Maar Plasterk zegt, er is geen universele standaard voor titels en graden, dus we kunnen ons aan die andere landen niet meten.
“Plasterk zegt feitelijk: in Nederland zijn we zó uniek, iedereen erkent onze graden vanzelf wel. Maar ik denk dat dit land met z’n 16 miljoen inwoners mee moet gaan met de grote stroom in de rest van Europa, anders verliezen we internationaal aansluiting. Plasterk heeft gelijk: er zijn internationaal geen eenduidige afspraken. Maar er zijn wel trends. In veel grote landen worden de BA en de BSc gewoon gebruikt, zoals in Duitsland en Engeland. Daar moet Nederland eindelijk eens in mee gaan. We moeten ook meer kijken naar de internationale waardering van opleidingen. Als een opleiding verpleegkunde in Engeland met een Bachelor of Science in Nursing ongeveer gelijk is aan de Nederlandse variant, dan kan ook die Nederlandse graad een Bachelor of Science in Nursing zijn.”
Dus jullie vinden net als Plasterks adviescommissie dat er meer programmatisch en niet institutioneel moet worden vergeleken?
“Inderdaad. Maar het was jammer dat de commissie niet wat verder mocht denken omdat zij in het kader van minister Plasterk moest opereren. Het kader van de minister is nu: binariteit eerst, daarna pas de graden. Ook is het verwonderlijk dat minister zonder overleg met het hbo besloten heeft tot het instellen van een commissie, het was toch netjes geweest als wij daarbij geconsulteerd waren.”
Is de binariteit voor jullie minder belangrijk?
“Wij kunnen ons goed vinden in een binair stelsel. We geloven in een pluriform onderwijsstelsel, met instellingen met eigen oriëntaties. Maar daar plaatsen we wel een kanttekening bij: de grens is nu te strikt en de hogescholen hebben nauwelijks ontwikkelingsmogelijkheden. Toen we in 2001 kozen voor de Bachelor/Master structuur kozen we voor een radicale wijziging in ons stelsel. Op dat moment werden Bachelor/Master/PhD de nieuwe niveauverschillen. Het onderscheid tussen hogescholen en universiteiten werd slechts een oriëntatieverschil. Maar in Nederland blijkt deze gedachte bij beslissingen over het hoger onderwijs nog geen rol te spelen.”
Dit conflict sleept nu al zo lang, wat is de oplossing?
“Wij willen graag dat ook hogescholen de graden BA en BSc mogen gebruiken, maar dan met toevoeging van het vakgebied waarin de student is afgestudeerd. Ook zou het een mogelijkheid zijn dat de NVAO aan de hand van bepaalde criteria beslist welke programma’s deze graden mogen gebruiken.”
De titels BA en BSc zijn volgens de minister voorbehouden aan universiteiten. Vindt u dat de minister nog altijd met zijn ‘universiteitsachtergrond’ naar dit probleem kijkt?
“Daar wil ik niet over speculeren, maar persoonlijk heb ik soms het idee dat de minister zich nog onvoldoende verdiept heeft in het dossier hoger onderwijs.”
- 28-05-2009
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
