Ranglijsten dicteren overheidsbeleid kennismigranten
- 15-04-2010
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
Hoogopgeleide vreemdelingen, afgestudeerd aan een universiteit die tot de top-150 behoort van de Shanghai- of Times Higher-ranking, mogen een jaar lang in Nederland zoeken naar een baan. Het is verwerpelijk dat de IND zich op deze ranglijsten baseert bij het toekennen van verblijfsvergunningen, vindt Jasper van der Steen.
Ranglijsten van topuniversiteiten zijn kenmerkend voor de toenemende commercialisering in het hoger onderwijs. Maar ook Nederlandse universiteiten doen hier aan mee. Zij willen hoog op de lijsten komen te staan om zo hun internationale reputatie te verbeteren. Het resultaat is dat de Angelsaksische universiteiten in het buitenland, die het traditioneel goed doen in de rankings, steeds meer model staan voor vernieuwingen in het Nederlandse
hoger onderwijs. Ook het Engels wordt in Nederland op steeds grotere schaal ingevoerd als de taal van de wetenschap, zelfs in gevallen waarin docenten de taal niet voldoende beheersen.
Het probleem is dat beleidsmakers in hun pogingen om aan sluiten bij internationale ontwikkelingen in het hoger onderwijs zich op een bijzonder oppervlakkig manier richten op het verfraaien van het imago van de Nederlandse academische wereld. Neem bijvoorbeeld de kritiekloze obsessie die Nederland heeft met university rankings. Het grootste nadeel van ranglijsten is dat universiteiten met een lage notering gestigmatiseerd worden, maar dit kan de Nederlandse overheid niet schelen. De Immigratie- en Naturalisatie
dienst (IND) geeft sinds 1 januari 2009 vol trots invulling aan het beleid om meer ‘buitenlandse toptalenten’ te lokken door afgestudeerden met een mastertitel voorrang te geven bij het verlenen van een verblijfsdocument. Voorwaarde is dat ze afgestudeerd moeten zijn aan een universiteit die deel uitmaakt van de top 150 van de beste universiteiten ter wereld, of ze moeten hun graad in Nederland behaald hebben. Studeert een geniale student af van een top 151 universiteit? Jammer, die komt niet in aanmerking.
De twee ranglijsten die hiervoor gehanteerd worden zijn gemaakt door de Times Higher Education Supplement en door de Jiao Tong Shanghai University. Het zijn de 2007 edities van deze tweejaarlijkse ranglijsten die ten grondslag liggen aan de IND- regeling. Niet die van 2008 of van 2009. Dit is vreemd omdat beide ranglijsten ieder jaar weer heel verschillende uitkomsten kunnen hebben. Het maakt voor de IND kennelijk niet zoveel uit hoe recent de lijsten zijn.
De ranglijsten uit Engeland en Shanghai worden door de IND klakkeloos overgenomen om Nederlands overheidsbeleid op te baseren. Het is duidelijk dat de IND niet zelf de verantwoordelijkheid wil dragen bij de selectie van toptalenten. Dit leidt tot een hele opmerkelijke situatie waarin de algemene en fundamentele kritiek op ranglijsten terzijde wordt geschoven, alleen maar om met zo min mogelijk moeite ‘toptalenten’ te selecteren. Zo is het, naast het feit dat ranglijsten een grillig karakter hebben, ook te bekritiseren dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende vakgebieden waarin een universiteit sterk of zwak kan zijn. Dit is onverstandig, bijvoorbeeld omdat de geesteswetenschappen vaak slecht vertegenwoordigd zijn in de twee bovengenoemde ranglijsten waardoor universiteiten die sterk zijn in de natuurwetenschappen een hogere notering krijgen en afgestudeerden van die instellingen meer kans maken om in Nederland een verblijfsvergunn
ing te krijgen. Maar ook natuurwetenschappers kunnennadeel ondervinden van de ranglijsten: zo kan een afgestudeerd bioloog van een topinstituut niet gezien worden als toptalent, alleen omdat de rest van de universiteit het niet zo goed doet.
Het Nederlandse voorbeeld waarbij ranglijsten blindelings overgenomen worden om overheidsbeleid op te baseren maakt geen deel uit van een mondiale trend: het is een uniek geval. En het is niet zonder reden dat andere overheden zich niet zo opzichtig laten dicteren door twee buitenlandse ranglijsten. Natuurlijk erkent men overal ter wereld dat de reputaties van universiteiten vanuit internationaal oogpunt belangrijk zijn en het lijdt geen twijfel dat ook in het buitenland de rankings uit Engeland en Shanghai grote invloed uitoefenen op het onderwijsbeleid. Universiteiten met een goede reputatie trekken immers meer studenten en kunnen de besten onder hen selecteren voor toelating. Het past de Nederlandse overheid echter niet om de informatie uit de lijsten kritiekloos over te nemen en te denken dat het een manier is om toptalenten te scheiden van de niet-toptalenten. Als de Nederlandse overheid het aantrekken van internationale toptalenten echt belangrijk vindt, dan moet ze ook zelf de verantwoordelijkheid nemen voor de selectie ervan.
Jasper van der Steen
promovendus aan het Instituut voor Geschiedenis
Universiteit Leiden
- 15-04-2010
- vorige
- volgende
- retour overzicht
- geef reactie
