Info

'Werving buitenlandse promovendi niet nodig'

— gearchiveerd onder:

Nederland moet duizend extra toppromovendi in het buitenland gaan werven, zo maakte Robbert Dijkgraaf van het Innovatieplatform duidelijk in een interview met Transfermagazine.nl. Gertjan Tommel, voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland, is het daar niet mee eens. Dertig procent van de Nederlandse promovendi haalt nu de eindstreep niet. 'Verbeter het rendement, dan hoef je niet in het buitenland te gaan werven', is zijn stelling.

Duizend excellente buitenlandse top-promovendi naar Nederland halen, klinkt als een sprookje uit 1000-en-1 nacht. Vooral als je daarmee de huidige 7000 full-time promovendi diskwalificeert als ‘niet excellent’. Wanneer het Innovatieplatform zijn zin krijgt, zal het innoverende vermogen van Nederland zich structureel verbeterd wanen. Dit alles onder het mom van tekorten aan hoogopgeleide probleemoplossers en innoverende onderzoekers. Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) vindt dat het Innovatieplatform zich moet bezinnen eer het begint. Daarom roept het PNN de aanjagers van het promovendi-vreugdevuur op om te stoppen met het gooien van houtblokken op het vuur. Want is er wel een tekort aan gepromoveerden in Nederland?

Promotierendement
Tussen 1999 en 2006 nam het aantal universitaire studenten toe met ruim 25 procent tot meer dan 200.000. Daarnaast verdubbelde in die periode het aantal promovendi bijna tot een kleine 7.000. De uitbreiding van overige wetenschappelijk personeel daarentegen was nog geen 2 procent, oftewel 269! Professoren, universitaire (hoofd)docenten en post-docs dienen dus in dezelfde tijd veel meer studenten en promovendi te begeleiden en te onderwijzen. Mede als gevolg hiervan haalt ongeveer 30 procent van de promovendi de eindstreep niet. Van de 70 procent die wel de eindstreep haalt, lukt slechts 7 procent dat binnen vier jaar.
De academische wereld kampt dus met tegenvallende rendementscijfers, wat inadequate bestedingen van publieke middelen betekent en bovendien persoonlijke teleurstellingen van promovendi met zich meebrengt. Het allerbelangrijkste doel van het Innovatieplatform zou daarom het verbeteren van promotierendementen moeten zijn. Een halvering van het aantal uitvallers leidt jaarlijks tot 250 extra promoties, precies het aantal waar het Innovatieplatform op in lijkt te zetten. In het buitenland werven is dan niet nodig.

Transferable skills
Daarnaast lijkt een promotie slechts als succesvol beschouwd te worden wanneer daar een academische carrière op volgt. Terwijl het aantal gepromoveerden dat uiteindelijk in de wetenschap terecht komt, 20 procent is. Anders gezegd: de universiteiten beschouwen 80 procent van de gepromoveerden als afvaller en richten zich vooral op de ontwikkeling van binnen de academie gevierde talenten en vaardigheden.
Jaarlijks versterken ongeveer 1.500 gepromoveerden het bedrijfsleven, de overheid, of de not-for-profit sector. Door het ontbreken van transferable skills zijn zij gevormd tot academici die voor andere organisaties kennelijk weinig meerwaarde hebben. Universiteiten moeten hun rol als trainer/coach van academische trainees dan ook serieus oppakken. Dit zou prima een tweede project van het Innovatieplatform kunnen zijn. Hierdoor kunnen promovendi nog beter van waarde zijn voor de kenniseconomie als geheel.

Aantrekkelijk promotiestelsel
Kortom, het PNN pleit voor een moratorium op projecten die de verhoging van het aantal promovendi beogen zonder daarbij expliciet uit te dragen hoe en met hoeveel geld bovenstaande problemen worden aangepakt. Nadat bovenstaande problemen zijn aangepakt en grotendeels opgelost, zal (1) er jaarlijks een groter aantal promovendi sneller klaar zijn en (2) het promotietraject aantrekkelijker worden, zodat er meer aanbod is van getalenteerde studenten die willen promoveren. Alleen op deze manier wordt er een aantrekkelijk promotiestelsel gecreëerd dat het mogelijk maakt om ook op de lange termijn meer promoties te realiseren. Willen we in de tussentijd toch een structurele bijdrage leveren aan het innoverende vermogen van de Nederlandse kenniseconomie, dan pleit het PNN ervoor om te zorgen dat Nederland betere carrièreperspectieven biedt aan haar buitenlandse promovendi en hen beter faciliteert, zodat deze na hun promotie niet meteen naar land van herkomst terugkeren. Uiteindelijk is slechts 3 procent, oftewel 2.000, van alle gepromoveerden in Nederland van niet-Nederlandse komaf. Dit staat in schril contrast met duizenden buitenlandse promovendi die in Nederland op dit moment onderzoek doen. Hopelijk bezit het Innovatieplatform Aladins wonderlamp en mag het meer wensen doen, zodat het promovendi-sprookje werkelijk 1000-en-1 nacht zal duren.

Gertjan Tommel
Voorzitter Promovendi Netwerk Nederland

Zie www.hetpnn.nl voor concrete maatregelen die het PNN voorstelt om promotierendementen te verhogen (charter promotierendementen) en hoe universiteiten de transferable skills explicieter kunnen maken voor externe organisaties (charter transferable skills).